Enkele PSALMEN, GEBEDEN in de 21ste eeuw

Auteur: Pieter
Datum: 24-10-2016
Pieter Bos heeft diverse oudtestamentische psalmen bewerkt en "als nieuw" uitgebeden vanuit
nieuwtestamentisch en eigentijds weten en eindtijdperspectief. De motivatie hiertoe is gegroeid
door het opnieuw lezen van de psalmen en het verlangen om God te aanbidden met de overgave
en intensiteit er van, maar met woorden en vanuit kennis en omstandigheden van nu.
 
Het zijn gebeden en in zekere zin ook “leerdichten" van een voorbidder, die naar zijn aard tast

naar de geschiedenis die God maakt met naties en steden.
 
De gebeden zijn gegroepeerd volgens de indeling van de geschiedenis in de bijbel:
                                                                                             
Geschiedenis, de 6000 jaar van de schepping tot en met het tweede  millennium na Christus; 
Flessenhals in de geschiedenis, e periode, vaak aangeduid als “eindtijd”, die in feite de korte
overgang is naar de
Geschiedenis vervuld, het zevende of “sabbats-millennium”, het vrederijk.

 
Codering
Bij het oorspronkelijke psalmnummer is 2000 opgeteld: “Gebed 2104” betekent dus: “21ste eeuws 
ebed naar psalm 104”. Bij samengestelde “gebeden” zijn de oorspronkelijke psalmnummers verwerkt.
In elk Gebed is tussen haakjes aangegeven waar de lezer is ten opzichte van de oorspronkelijke
psalm in de NBG-vertaling. 

Welke Psalmen zijn gebruikt?
 
Psalm = nr
2             2002
4             2004
8             2819
10          2010
14          2014
19          2819
22          2022
24          2024
29          2965
33          2033
44          2044
46          2046
49          2049
57          2108
 
Psalm = nr
60          2108
65          2965
74          2074
79          2079
80          2080
82          2082
83          2083
85          2085
88          2088
90          2090
93          2938
96          2096
98          2938
102        2102
Psalm = nr
104        2014
107        2107
108        2108
115        2153
117        2117
122        2122
124        2124
126        2126
129        2129
135        2153
137        2137
148        2489
149        2489
150        2150
 

Categorie GESCHIEDENIS

Gebed 2104           God is ontzagwekkend  
Gebed 2965           Gods stem
Gebed 2489           God schiep hemel en aarde met een doel
Gebed 2049           Maatschappijleer
Gebed 2819           Medewerker?
Gebed 2033           Dienstbericht
Gebed 2010           De gelovige in de maatschappij
Gebed 2150           Loof God
Gebed 2153           Dit moet de wereld toch weten?
Gebed 2107           Transformatie van de maatschappij
Gebed 2122           Jeruzalem
Gebed 2126           Een keer in het lot van Suriname
Gebed 2088           Native Americans, hun klacht
Gebed 2002           De wereldgeschiedenis voorspeeld
Gebed 2938           De God van Israel is de God der volken
Gebed 2024           De koning komt
Gebed 2090           Verlangen naar het vrederijk
Gebed 2082           Functioneringsgesprek


 

Gebed 2104           
God is ontzagwekkend  

 
Mag ik uw onverdeelde aandacht? Ik moet spreken over God.
God is indrukwekkend.
Ik richt me ook tot U, God: U bent ontzagwekkend.                                                                    (v. 1)
 
Toen er niets was, was God er al, licht in het niets.
Toen hij “Licht” riep, en het was er, begon de geschiedenis. Zo is de levende God.
De hemel, wijds en duizendvoudig verlicht, met het geweld van stormen en de felheid van bliksem,
vormt zijn entourage.                                                                                                                           (v. 2-5)
Hij schiep water in overvloed. De eigen dichtheid ervan garandeert planetair de leefbaarheid.
Op zijn gebod werd de overvloed tot oervloed, tot boven de bergen. Op zijn gebod trok het water zich terug;
de zeespiegel zal niet meer stijgen.                                                                                                                                      (v. 6-9)
 God stuurt door zijn woord, heerst door zijn wet.
Het water valt van wolk naar berg, via beek naar dal, naar dier en mens; wilde ezel, steenbok en klipdas lessen hun dorst.
Kringlopen voorkomen uitsterven; gras en kruiden blijven groen, zangvogels zingen, trekvogels trekken, de landbouwer oogst graan,
de wijnbouwer druiven. God garandeert de wijn, die het hart verheugt.                                                                                          (v. 10-18)
Maan en zon hebben hun vaart en onderlinge stand: seizoenen overvallen ons niet. De leeuw weet wanneer hij gaat jagen
(met een brul als gebed om goede vangst) en wanneer hij zijn leger zoekt; de mens weet wanneer hij aan het werk gaat en hoe lang.
God voedt elk dier op eigen tijd en wijze.                                                                                                                                (v. 19-23)
En dan de oceanen, met dieren van plankton tot potvis, schepen van moth tot mammoet. In de mammoet verheugt hij zich.
Gods Geest geeft leven. Als die zich terugtrekt verandert het klimaat, sterft zelfs de mammoet uit.
Is dat niet vol autoriteit, ingenieus, creatief? Zo is God! Wij kunnen er niet over zwijgen. (v. 24-30)
 
God en zijn heerlijkheid zijn van hogere orde; het zichtbare maakt dit onzichtbare toch zichtbaar.
Gods manifestatie confronteert. Wie hem erkent, buigt en juicht; wie hem niet erkent overleeft dat niet.
 God, ik kan en wil niet anders zeggen: U bent ontzagwekkend.                                   (v. 31-35)
 

 Gebed 2819 

Psalm 8 en 19 zijn van David, uit diens tijd als herdersjongen.

Medewerker?

 
God, één blik naar de hemel overtuigt al: u bent onvergelijkbaar en onweerspreekbaar. Dat te zien en te zeggen verheugt ons.
Scheiding van geloof en wetenschap verduistert, politieke oppositie staat machteloos, ratio-naliseren loopt vast, bevragen verwart.
Alleen kinderlijke onbevangenheid ontvangt dit. (8:1-2)
 
Het heelal begon met uw woord. U werpt nieuwe sterrenstelsels in voorgerekende banen; wat lichtjaren ver is, is binnen uw bereik;
wat lichtsnel beweegt, ontvlucht uw mechanica niet.
Het heelal is een open boek. Wijzen uit het oosten wisten het al, wijzen uit het noorden en zuiden bevestigden het:
de sterren verkondigen uw plan, uw schepping-zondeval-verlossing-plan, uw eerste-komst-lijden-sterven-opstaan-wederkomst-plan,
uw aards-koningschap-eeuwig-bruidegomschap-plan.
Het heelal dijt uit omdat u wereldgeschiedenis maakt.
Wat een geschiedenis. Wat een God!                                                                     (8:3; 19:1-4a)
 
Neem de zon, zijn laaiende licht, zijn triomfantelijke dag-baan, zijn levenwekkende jaar-baan,
de zee bespelend met eb en vloed; die ene kleine ster.   (19:4b-6)
Is de mens daarbij niet nietig? Is hij niet ook ‘gevallen’?                                               (8:4)
Onderwerpt u aan dat schepsel alle overige? Laat u hem heersen over komeet en ster, zon en zee, tornado en tsunami, lam en leeuw?
Hebt u hem werkelijk zo verheven, zo bijna goddelijk gemaakt…, medewerker? (8:5-9)
 
Daarom toont u hem uw plan, om zijn verstand te voeden, hem wijsheid te leren.
Daarom stelt u hem onder uw wet, om hem te verkwikken, onder uw woord, om op te vertrouwen, onder uw bevelen,
want die zijn goed en een vreugde om te doen. Uw plan en uw opdracht zijn zijn enige licht in volslagen duister.               (19:7-8)
Daarom heeft medewerker-zijn niets van doen met bezit of genot. Alleen ontzag voor u, liefde voor uw plan houdt hem op koers.
Anders geen vaste aanstelling.                                      (19:9-11)
 
Daar zet ik dus mijn hart op. Ik wil in die wijsheid groeien, vanuit die vreugde leven.
God, bewaar me dicht bij u, behoed mijn denken of reageren, stop me als ik dwars ga, houd me alert
God, houd me nederig, houd me rein en oprecht.                                                         (19:12-13)
God, vul me met uw gedachten en woorden. Op die hoge plaats kan ik alleen op u leunen.
God, bewaar mij heilig.                                                                                                   (19:14)
 
God, één blik naar de hemel overtuigt al: u bent onvergelijkbaar en onweerspreekbaar.
Dat u de mens tot medewerker kiest, maakt u alleen maar grootser.
Bewaar ons in kinderlijke onbevangenheid.                                                                  (8:10)


Gebed 2965

Psalm 29:3,10 en 65:5,7 zijn vier van de vele schriftplaatsen waar “vloed, zee” duidt op “volkerenzee”.

Gods stem

 
Voor uw stem, God, zwijgen we vol ontzag.
Maar tegelijk: we juichen.
Sterren en engelen, zingt! Zeeën en volken, danst! Winden en legers, stormt aan! Roofdieren en koningen, treedt aan!
Wie maar een stem heeft moet juichen.                     (29:1; 65:1-2)
 
U vergeeft en verzoent. Hoe ongedacht, hoe mondiaal van schaal; de volkerenzee bedaart.
U verheft ontwikkelingslanden, zegent met volksgezondheid en welvaart, met innovatie en oogst, met duurzame vrede!
Zo wijd als oceanen is internationaal de erkenning van uw goedheid.                     (65:3-5)
 
Door uw Woord is alles geworden; door uw stem stuurt u natuur en cultuur.
Uw stem is als een bazuin: de zon komt gehoorzaam op, verre volken buigen.
Uw stem is als een vol stadion: presidenten en tirannen schikken in, revoluties en wereldoorlogen binden in.
Uw stem is als de grote vloed: verhitte rotsen verkreukelen, ijsbergen versplinteren, continentale platen steigeren, volkerenzeeën woeden.
Uw stem is als een straaljager: wouden worden ontschorst, vulkanen barsten uit, de geluidsbarrière breekt, atomen splijten, kernen fuseren.
Uw stem is als een orkaan: bergen worden verplaatst, de zeespiegel stijgt, de woestijn rukt op, een ijstijd nadert, een tsunami raast.
Uw stem is als de schreeuw van een barende vrouw: de Libanon en de Andes springen als een stierkalf,
de hinden werpen jongen, de abortusmoeder kermt.                                (29:3-9a,10a; 65:6-8)
 
Uw beek is pas een beek: altijd water voor mens en dier; de ecologie is stabiel.
Uw regen is pas regen: mals gewas en rijke oogst; de economie is stabiel.
Waar uw stem klonk gonst die na; velden kleden zich feestelijk, dalen juichen elkaar toe, heuvels
lachen, bergen dansen.                                                                                                            (29:2; 65:9-13)
 
Wij zwijgen vol ontzag.
U zet de toon voor natuur en cultuur. U spreekt: ”Voorspoed en vrede”, en het is er. (29:9b,10b,11 )

 

Gebed 2489

Van de vijf lofliederen waarmee “Psalmen” afsluit lopen 148 en 149 in elkaar over.

God schiep hemel en aarde met een doel

 
God schiep de hemel, de onzichtbare wereld, de engelen en goden, de wetten en geboden. Hij sprak en ze waren er, ontwierp ze en ze deden het.
Zouden die hemelingen hem niet eren, hem geloven en loven, voor hem buigen en juichen?                                                                         (148:1-6)
 
God schiep de aarde, de zichtbare wereld, de sterren en stormen, de bergen en bomen, de beesten en mensen, de staten en vorsten.
Zouden die aardbewoners hem niet eren, hem geloven en loven, voor hem buigen en juichen? (148:7-12)
 
God verkoos één volk, verhief één natie, gaf dat zijn verbond en gebied, zijn wetten en cultuur, zijn muziek en dans.
Zou Israël hem niet eren, hem geloven en loven, voor hem buigen en juichen?     (148:13-14, 149:1-3)
 
God koos de Gemeente met liefde, gaf nederigen zijn uitnodiging, gelovigen zijn autoriteit, die hem volgen zijn opdracht.
Zouden die gelovigen hem niet eren, hem geloven en loven, voor hem buigen en juichen? (149:4-5)
 
De gehoorzaamheid van de gelovigen, het ontzag van de nederigen, de integriteit van de godvrezenden, de lof van de vromen,
de liefde van de eenvoudigen, dat zijn de wapens waarvoor stammen zullen buigen, waarvoor volken zullen knielen,
die regeringen overtuigen, oorlogen beslechten, naties verzoenen.                                                                                           (149:6-9a)
 
Zo geestelijk te handelen is politiek relevant; zulk maatschappelijk engagement draagt geestelijk vrucht; zo waarheid te doen brengt liefde in beeld.
Dat is regeren met God.                                                                                                       (149:9b)
 

Gebed 2049 

Maatschappijleer

  
Basistraining regeringsleiders van eerste, tweede en derde wereldlanden. (v 2-3)
(Onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken van Salomo, met medewerking van profeten en dichters,
in het kader van het tot discipel maken van naties) (v 1,4-5)
 
Onderwerp:
Maatschappelijke motivatie door “hogere waarden”.                        (v 16)
 
Beleggingsportefeuilles en verzekeringen, onroerend goed en spaartegoeden maken indruk, suggereren zekerheid.
Bondgenootschappen garanderen nationale veiligheid.
Overleven en duurzaamheid drijft beleggers, vaste omzet en naamsbekendheid van industriëlen.
Zouden we zonder kunnen? Zouden we zonder durven?                                         (v 6-7, 12, 17)
 
Overleven om het overleven? Een staat om de staat? Winst om de winst? Naam om de naam?
Namen en staten vergaan, bedrijven sluiten, mensen sterven; hun nalatenschap is het vermelden niet waard.   (v 11)
Gezondheid en welvaart zijn betrekkelijk, het zichtbare is eindig. Het gemak en de snelheid van het leven
worden zomaar ingehaald door het gemak en de felheid van de dood.   (v 18-20)
 
Misschien wordt een mens tachtig, wellicht gaat een bedrijf over van vader op zoon, mogelijk wordt een natie zo oud als een boom.
Als ze de beperktheid van het vergankelijke niet inzien, zal hun pracht en kracht in hun beperktheid vergaan.
Hun ondergang is jammerlijk, hun stoffelijk overschot armelijk.
De goederen waardoor ze zich rijk waanden, zelfs de levenden waardoor ze niet alleen waren, alle mensen en volken,
staten en steden liggen in de dood en zullen dus sterven.
Theorieën blijken vals, prognoses onbetrouwbaar, vertrouwen ongegrond. (v 13-15a, 15c,21)
 
Is loskopen mogelijk?
Wie betaalt dat? Wie kan zijn broer of zelfs zijn eigen kind loskopen, laat staan zijn volk of stad?
Wie tilt ons naar echt leven, leven sterker dan de dood? Wie verkondigt leven, volksleven en stadsleven, wie garandeert leven, spreekt leven?  (v 8-10)
 
Wie naar omhoog ziet, wie het onzienlijke ziet, wie leven heeft ontvangen, die geeft leven door, die gebiedt en spreekt leven,
die verbiedt tabaksreclame en limiteert CO2-uitstoot, die verkondigt onthouding vóór en trouw in het huwelijk,
die draagt maatschappelijke verantwoordelijkheid en zorgt voor daklozen, die voorkomt discriminatie en modelleert integratie,
die noemt duisternis duisternis en heerst in het licht.
De losgekochten beseffen hoe hoog de prijs is; die zetten zich in voor de maatschappij, die maken hun stad tot discipel.
Wie het leven ontvangen hebben, zoeken het, genieten het en geven het door, verkondigen het en tonen het;
die verlichten hun staat en redden hun stad.                          (v 15b, 16)
 

Gebed 2033         

Dienstbericht

Doelgroep             Godzoekers
Onderwerp:          politieke betrokkenheid.
 
Richt je allereerst op God. Doe dat individueel en gemeenschappelijk, ongeremd en ongehaast, met humor en ontzag. Maak er een feest van.
Want God is goed, zijn boodschap relevant, al eeuwen heilzaam voor staten en steden.
Dat bepaalt jullie politieke betrokkenheid.                                                    (vs. 1-5)
 
Met Gods woord is alles begonnen: het uitdijende heelal met sterrenstelsels, oceanen met tsunami’s, volken met regeringen.
Hij sprak en het was er; alles staat onder zijn beheer. Dier en mens, natuur en cultuur, ecologie en politiek moeten hem erkennen,
met ontzag hem gehoorzamen.                (vs. 6-9)
                                           
Is de natie aan wie God zich zo bekend maakte niet geweldig gezegend? (v. 12) 
God speurt of er een president of burgemeester is, die op hem durft vertrouwen meer dan op economie of leger, of er een natie of stad is
die met hem een verbond durft sluiten. Allianties en verdragen buiten hem om, hij verbreekt ze.                                    (vs. 10-11, 13-15)
God speurt naar een politicus als die van Ninevé, die de zekerheid van tirannie opgaf: “Wie weet, God mocht zich omkeren van zijn gerechtvaardigde woede...”
Stuurde God niet een profeet? Deed hij de Ninevieten niet bidden en vasten? Bewoog dat niet het hart van hun koning?
Had God niet onmiddellijk medelijden met de onderdrukten, zelfs met hun vee?                                                               (vs. 18-19, Jona 3:5-9)
 
Godzoekers, doorzie de waan van economische leiders, de heerszucht van politieke leiders, de trots van religieuze leiders,
en leer van de Ninevieten politieke betrokkenheid.
Jullie bidden en vasten beweegt het hart van de autoriteiten, vestigt Gods recht in de maatschappij. (vs. 16-17)
God is jullie zekerheid en toekomst. Dat kun je vieren, individueel en gemeenschappelijk,
ongeremd en ongehaast, met humor en ontzag. Maak er een feest van.          (vs. 20-22)
 

Gebed 2010 

 

De gelovige in de maatschappij

 
God, laat u ons gewoon ploeteren? Is de opdracht naties tot discipel te maken niet meer opportuun?          
Met scheiding van kerk en staat, van geloof en wetenschap, van welzijn en welvaart, lijkt de politiek vrij spel te hebben,
de wetenschap het recht van spreken, de industrieel het gelijk, en is de gelovige in de verdediging gedrongen.                             (vs 1-2)
 
Mensen die God niet kennen verachten hem en verheffen zichzelf.           
Elk politiek succes claimen ze voor hun partij, elke ontdekking voor hun academie,
elke winst voor hun ondernemingslust, elk bewijs voor hun rede, als overwinning op ”geloof”.
En successen behalen ze, winsten boeken ze, ontdekkingen doen ze.
Zo neemt de behoefte aan God af en lijkt evolutie naar een betere wereld verzekerd.                                    (vs 3-6)
 
In zijn humanisme verdraait de politicus de statistiek, manipuleert hij onderzoek, analyseert hij God kapot.
In zijn rationalisme verkent de wetenschapper het bovenrationele, bewijst hij God weg, illustreert hij Godsvertrouwen als infantiel.
In zijn winzucht zoekt de ondernemer grondstoffen ten koste van het milieu,
arbeidsvoorwaarden ten koste van het gezin, markten onder de armen.
Ze snijden de gelovige de loef af, stellen economische groei tot norm,
       verklaren wonderen weg, bestempelen godsdienst als gevaarlijk, verbieden getuigenissen.                              (v 7-11)              
God, het gaat toch om de grenzen van de wetenschap en van de groei, om de hogere waarden in de maatschappij?
God, u stelt toch dat politiek alleen onder uw beheer rechtvaardig is, dat de maatschappij niet maakbaar is,

dat ontplooiing en welvaart geestelijke dimensies hebben, dat wijsheid begint met ontzag voor u?                                  
God, u ziet toch de maatschappelijke betrokkenheid van de gelovigen, hun gebed voor de overheid, hun barmhartigheids- en ontwikkelingswerk,
hun verzoeningswerk en harmoniemodel, hun gemeenschapszin, hun vaderschap?                   
De gewone gelovigen zijn toch kostbaar in uw ogen, de volharding van de eenvoudigen? (v 12-14)
 
Ja, God, breng die politici ten val, leg die wetenschappers het zwijgen op, confronteer die grootverdieners met de gevolgen,
en bevestig de maatschappelijke betrokkenheid van de Gemeente, illustreer met uw wonderen hun inzet,
overtuig door uw wijsheid politici en wetenschappers, industriëlen en beleggers; overtuig hen dat in de maatschappij u te dienen uw opdracht is,
dat de natie uw discipel te doen zijn uw doel is, en haalbaar als ze het met u doen.                                                                 (v 15-16)
 
Want dat volken uw discipel worden is uw doel, van de kleinste stam tot de grootste mogendheid, zodat zelfs de weduwen en bijstandsmoeders,
de wezen en rampslachtoffers tot rust en ontplooiing komen.                                                                                           (v 17-18)
  
 

Gebed 2150 
 
Loof God

 
Loof God,
hoog in zijn hemel,
loof God,
 heilig en heerlijk.                                                                                          (vs 1)
 
Loof Hem,
 om de schepping en de techniek;
loof Hem,
 om de geschiedenis en het vrederijk.                                                          (vs 2)
 
Loof Hem
 met trompet en topoverleg,
loof Hem
 met citer en sociale media,
loof Hem
 met bazuin en biologie,
loof Hem
 met piano en nanotechnologie,
loof Hem
 met snarenspel en dissertaties,
loof Hem
 met klinkende cimbalen en massademonstraties.                           (vs 3-5)
 
Loof God.
Alles wat ademt, engel en mens, vogel en vis,
 loof je Schepper, loof Hem die IS.                                                                 (vs 6)
 

 

Gebed 2126 (mei ’08)

 Jeremia en Ezechiël profeteren “een keer in het lot” van volken; Jezus verkondigt het vergeven en tot discipel maken van volken.

 Een keer in het lot van Suriname.

 
Toen de Heer de slavernij afschafte
(niet die koning, maar de Heer)
was het of we droomden. We juichten.               
Toen de Heer ons onafhankelijkheid gaf
(niet die minister, maar de Heer)
was het of we droomden. We juichten.                                                                           (vs 1-2a)
(Naties zagen het: de Gemeente werkte een maatschappelijk wonder, zonder weerga.)                                                                                                                                (vs 2b)
Toen de Heer opwekking zond
(niet de jeugd, maar de Heer)
was het of we droomden. We juichten.               
Toen de Heer eenheid bewerkte
(niet de leiders, maar de Heer)
was het of we droomden. We juichten.                                                                           (vs 3, 2a)
 
Nu, Heer, wend ons lot,
opdat we die vrijheid niet misbruiken,
in die onafhankelijkheid niet laks worden,
opdat die opwekking fris blijft,
die eenheid heilig.                                                                                                           (vs 4)
 
Zendelingen weenden met de wenenden;
hoe overvloedig was de oogst.
Leer ons opnieuw zo te wenen, zo ons op te offeren; geef ons visie op uw doel, overgave voor uw zaak.
Mag onze vriendelijkheid en vrolijkheid, onze vergevingsbereidheid en liefde voor ons land voortdurend uit u en tot u zijn.
Breng ons land tot haar bestemming:
Suriname uw discipel.                                                                                                           (vs 5-6)
 
 

Gebed 2088

(na het Manhattan Initiative, juni 2008) 

Native Americans, hun klacht. 

Redder God, u hoort toch mijn schreeuwen overdag, mijn zuchten ’s nachts?
      Luister, luister toch. Dit is te zwaar; we zijn verzwakt, we bezwijken.                            (vs 1-3)
 
Wij zijn geminacht en genegeerd, afgeschreven en afgewezen.
We zijn dronken gevoerd, afgescheept, bedrogen, misleid.
Onze grond is ons ontfutseld; we zijn verraderlijk verdreven, steeds verder verjaagd,
in reservaten opgesloten, waar ons leven kwijnt en rot.
Onze stammen zijn uiteen gedreven, tegen elkaar uitgespeeld, tegen elkaar opgezet, verleid tot partij kiezen en altijd verliezend.
We zijn verblind door welvaart, maar er buiten gesloten.
Nu zijn we verbijsterd, verbeten, verbitterd, verwilderd, verworpen, verwond.                     (vs 4-8)
 
Handelden blanken in uw naam?
Die naam roepen onze stammen niet aan, wordt niet erkend in de reservaten.
In deze duisternis verwachten we uw goedheid niet; in dit graf rekenen we niet op uw wonderen,
in deze hel niet op uw trouw. Waar wij kwijnen, kunnen we u niet zien.               (vs 10-12)
 
Maar ik, dagelijks roep ik tot U, elke morgen begin ik met gebed.
Waarom verstoot en straft u, laat u ons isoleren en onderdrukken?
Deze reservaten zijn onze veiligheid en gevangenis, erkenning en verbanning; wat ik zie is ellende en woede,
vernietiging en walging, tranen en haat.                                    (vs 9,13-18)
 
God, o God, u bent toch redder?
      Overdag schreeuw ik; ’s nachts zucht ik.
      Luister toch.                                                                                                                    (vs 1-3)
 
 
 

Gebed 2153

De psalmen 115 en 135, “leerdichten” uit Salomo’s tijd, maken deel uit van de kleine resp. grote Hallel.
 

Dit moeten de naties toch weten?

 
God is goed.
Die hem dienen zoeken hem, die hem kennen, roemen hem.
God is liefelijk.
Die hem volgen ontvangen zegen, die hem trouw zijn genieten zijn trouw; die hem vonden zoeken niet meer zichzelf.   
              (115:1; 135:1-4)
 
God is geweldig in de onzichtbare wereld.
      De God van de engelenmacht zal afrekenen met engelen die tegen hem opstonden. (118:5)
God is geweldig in de natuur.
Hij ontwerpt watervallen en geisers, sneeuwstormen en moessonregens.
Orkanen en tsunami’s, sterrenregens en bliksems drukken zijn kracht uit.                            (135:6-7)
God is geweldig in de geschiedenis.
Hij sloeg de eerstgeborenen in Egypte; hij deed Sanherib terugschrikken voor Jeruzalem; hij beschikte de volkstelling door Augustus;
hij startte door het evangelie de westerse beschaving, gaf een doorstart door de Reformatie;
hij begon de Joden te verzamelen vanuit alle landen; maakt het Midden-Oosten wereldpolitiek brandpunt;
hij doet naties in Afrika en steden in Brazilië een verbond met hem sluiten;
hij maakt straks – niet met mensenhanden – een steen los die de éénwereldregering omverwerpt.           (135:8-12)
 
De goden der volken zijn niet groter dan de mens die ze dient.
Ze hebben monden, maar zeggen niets nieuws, oren, maar verstaan de menselijke nood niet, robothanden die tasten
binnen door de mens geschreven programma’s, atoomkracht en lichtsnelheid die de mens uit de hand loopt.                          (115:4-7; 135:15-17)
De goden der volken zijn goden naar het beeld van de mens;
op zoek naar zijn identiteit gaat de mens lijken op zijn eigen bedenksels; zijn geloof in technocratie reduceert hem
tot een radertje in zijn maatschappelijke machine, tot een nummer in zijn eigen computersystemen.                                                (115:8; 135:18)
 
Maar God is geweldig.
Hij regeert in het onzichtbare en in het zichtbare, in verleden en toekomst, met genade en recht.
Het kan toch niet zijn dat heidenen hem niet kennen, dat naties dit niet weten?     (115:2-3; 135:13-14)
 
Omdat de naties het niet weten,
       laat Israël dan verkondigen: “Vertrouw op deze God”!
Als Israel dat niet doet,
       laat de Gemeente dan verkondigen: “Vertrouw op deze God”!
Als de Gemeente dat niet doet, het misschien niet eens weet,
       laten de geestelijke leiders dan verkondigen: “Vertrouw op deze God”!
Als de geestelijke leiders dat zelfs niet doen, het misschien niet eens geloven,
laten de Godzoekers dan verkondigen: “Vertrouw op deze almachtige God”.;
laten althans de Godzoekers worstelen en belijden, met vasten en bidden:
      “Vertrouw toch op deze almachtige God, hij beschermt en voorziet”!                            (115:9-11;135:19-20)
 
Die God laat zich kennen aan de Godzoekers, aan de geestelijke leiders, aan de Gemeente, aan Israel, aan de naties.
Als een nederige hem zoekt, zou de God die hemel en aarde schiep,
die zich zal vestigen in Jeruzalem, zich niet laten vinden?                                      (115:12-15;135:21) 
 
Het onzichtbare blijft onzichtbaar, en wie God niet kent is een levende dode.
Maar wie God vindt, mag met hem regeren over natuur en cultuur, over staten en steden, tot in
       het duizendjarig rijk.                                                                                           (115:16-18)      
 
  

Gebed 2107 

 Gebed volgens het patroon van de zeven “mind molders”.

Transformatie van de maatschappij

 
Loof God; Hij is altijd goed.
      Die hem leerden kennen, uit welke natie ook,
die hem ontdekten, van welke beroep ook,
verwachten zijn inspiratie, ontvangen zijn leiding.                                                    (vs 1-3)
 
 
Er zijn zoveel zwevende kiezers die zich terug trekken in individualisme,
zoveel politici die geloven in democratie maar worden verblind door populisme.
Economie blijkt niet bestuurbaar, multicultureel beleid hapert, discriminatie neemt toe, de armen lijden.     (vs 4-5)
Maar als gelovigen God zoeken, politici hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch openbaring geven over de rechtstaat, herstel van de democratie, doorbraken in integratie,
creatieve vredesbesprekingen, visie geven op de stad als kroon op de schepping?                                                                            (vs 6-7)
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                         (vs 8-9)  
 
Er zijn zoveel huwelijken die stranden, zoveel onvolledige gezinnen en kinderen zonder vader,
zoveel promiscuïteit en gender-verwarring, verwilderde jeugd en eenzaamheid.
Maar als gelovigen God zoeken, vaders hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch huwelijken redden, kinderen troosten, visie op seksualiteit herstellen, voorbeelden van kinderopvang en woongemeenschappen zegenen,
het gezin bevestigen als bouwsteen van de samenleving?                               `                                                   (vs - )
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                         (vs 8-9 )
 
Er zijn zoveel gefrustreerde schoolverlaters en overspannen leraren; bewogen onderwijskrachten wijken voor onderwijsmanagers;
scholen worden onveilig door geweld en misleiding, worden van bakermat tot bedrijf.
Maar als gelovigen God zoeken, leraren hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch liefde geven voor leerling en lesstof, lesmethoden die trainen in vrijheid en eerbied,
universiteiten die inspireren tot maatschappelijke verantwoordelijkheid?        
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                         (vs 8-9 )
 
Er zijn zoveel zieken en ziekten, hoge zorgkosten en lange wachtlijsten; geen eerbied voor het leven of moed om te sterven,
zoveel genetisch gemanipuleer en afbraak van de mantelzorg, omdat liefde is verkild en gemeenschapszin verraden.                                    (vs 10-12)
Maar als gelovigen God zoeken, artsen hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch marktwerking overwinnen door zorg, bureaucratie door gebed, chemie door kruiden, ongeloof door gebedsgenezing?                              (vs 13-14)
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                         (vs 15-16)
 
Er zijn zoveel  kerkverlaters en zoekers, zoveel geloofsverlegenheid en -verdeeldheid, zoveel compromis en syncretisme;
de kerk is geen zoutend zout, scheiding van kerk en staat wordt rigide, secularisme intimiderend.   
Maar als gelovigen God zoeken, voorgangers tot hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch eenheid gebieden en maatschappijvisie herstellen, intimidatie doorbreken en zijn Geest uitstorten,
profetie inspireren en apostelen doen opstaan?                      
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                         (vs 15-16)
 
 Er zijn zoveel e-zines en websites, debatten en peilingen, trailers en tweets, sociale netwerken en flitsende beelden,
steeds meer meningen en minder vertrouwen, zoveel macht in de media.
Maar als gelovigen God zoeken, journalisten hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch weer leren toetsen en harten verbinden, creatieve communicatie inspireren, waarheid en waarde herstellen, het Woord openbaren?                                     
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                                     (vs 21-22)
 
Er is zoveel kunst zonder schoonheid, artisticiteit zonder boodschap, zoveel vermaak vol verleiding en lawaai om het lawaai.
De eis van vernieuwing is dodelijk, de druk naar verdwazing onvermijdelijk.          
Maar als gelovigen God zoeken, kunstenaars hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch schoonheid inspireren die ontroert, creativiteit die verheugt, uitdaging die opbouwt, inspiratie die vernieuwt?                                                    
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                                     (vs 21-22)
 
Er is zulke prachtige ondernemerslust, zoveel visionair investeren, en zulke enorme risico’s. 
Maar ook bankieren om het geld en corruptie zonder schaamte; afzetgebied wordt geschapen, afval gedumpt, werknemers ontslagen; depressie dreigt.
Maar als gelovigen God zoeken, zakenlieden hem roepen in hun benauwdheid,
zal God toch opbrengst garanderen, pionieren bevestigen, hoop vervullen, vreugde geven over gedane arbeid?                                    (vs 23-30 )
Hun zuurdesem transformeert de maatschappij. Loof God!                                     (vs 31-32)
 
 
God kan regeringen doen vallen, gezinnen beproeven, studenten doen falen, ziekten toelaten, gemeenten vervolgen,
spraak verwarren, zang doen verstommen, de winst opeisen. (vs 33-34)
God kan ook coalities zegenen, gezinnen bevestigen, leerlingen visie geven, epidemieën voorkomen, gemeenten doen vermenigvuldigen,
waarheid laten winnen, kunst vernieuwen, investeringen zegenen.                                                                                                (vs 35-38)
God kan de arme verzorgen en de rijke doen wankelen, de kleine verheffen en de grote ontslaan.                                                                       (vs 39-41)
Wie oprecht zijn, zien het met blijdschap; wie onrecht doet, moet zwijgen.
De wijze neemt dit ter harte, kent de trouw van de HEER.                                     (vs 42-43)
 

 

Gebed 2122 

 

Jeruzalem

 
Alleen al het plan om te gaan; de herinneringen, de voorbereiding, de verwachting. Die stad trekt; je moet er zijn.                                                                                          
Uit de sherut stappend zien we haar: de gele stenen en de klein ogende Jaffapoort:
      Jeruzalem.                                                                                                                      (v 1b- 2)
 
Jeruzalem, gebouwd en verwoest, belaagd en bevrijd, met geen ander doel dan wereldhoofdstad te worden,
internationaal regeringscentrum, troon van de Messias en zijn Veiligheidsraad.
Alle stammen, inclusief de tien verloren stammen, en alle naties, van Japan tot Chili, maken dan hier hun opwachting,
met de verwachting van de koningin van Seba, en keren even gezegend terug.                                                                                       (v 3, 4a,5)
         
Dat bidden we dus, moeten we bidden, blijven we bidden en geloven.
Het vooroordeel van de EU, de haat van de Islam, de druk van de VN, de halsstarrigheid van Orthodoxen?
We blijven God geloven voor dit heerlijke plan met deze stad.                  (v 4b,6,7)
 
Zelfs als Jeruzalem wordt vertreden, zelfs als ze dubbel moet lijden, we bidden Jeruzalem vrede toe.
Om de kinderen van Abraham naar het vlees, om de kinderen van Abraham in de geest,
we bidden om nationale vrede voor haar en internationale vrede door haar.                      (v 1a,8,9)

 
 

Gebed 2938

Psalm 93:3,4 en 98:7 zijn drie van de vele schriftplaatsen waar “vloed, zee” duidt op “volkerenzee”.

De God van Israel is de God der volken

 
God treedt aan in glorie, treedt op met heerlijkheid, toont zich machtig, verschijnt majesteitelijk, is indrukwekkend.
Dus naties, juich, volken, buig, stammen, vereer hem met kronieken en oorkonden, met publicaties en toespraken,
met ridderorden en eredoctoraten, met vieringen en ontvangsten, met protocol en ritueel, met schildwachten en erehagen,
met podium en confetti, met gejuich en applaus, met zang en dans.                                                                                    (93:1a; 98:4-6)      
Want onwankelbaar en onbetwist is zijn regering, stabiel en heerlijk zijn beleid, vanouds verwacht, nu duurzaam geacht.                                    (93:1b-2)
 
Wat God al heeft gedaan voor de wereldvrede, voor wetenschappelijke ontdekkingen en industriële ontwikkeling,
voor de economie van India en China, met Afrika’s grondstoffen,
wat God al heeft gedaan voor het herstel van de Aboriginals, de verheffing van de Khoi, de genezing van de Native Americans,
wat God al heeft gedaan voor de levensverwachting van arbeiders, de emancipatie van de vrouw,
de scholingsmogelijkheid van meisjes, de bevrijding van de kindslaven,
dat is vertoon van gerechtigheid aan de naties, standaard voor de continenten.
 
Dit deed hij door één volk te verheffen, door Israel te verkiezen opdat alle geslachten gezegend werden,
door met de Gemeente een verbond te sluiten opdat alle naties discipel werden, en deze gerechtigheid zouden zien en doen.                   (93:5; 98:1-3)
 
Stammen verzetten zich, dienen hun eigen goden; naties bieden weerstand, maken hun eigen wetten;
staten verheffen zich, sluiten strategische verbonden; machtsblokken honen hem, zoeken Moeder Aarde om te overleven,
maar de Schepper en Wetgever der volken doet gerechtigheid en recht blijken, laat zijn eindoordeel aankondigen.
Daarom zullen de volken buigen, naties hem erkennen, machtsblokken zich schikken.
Dan wordt de aardbodem bedekt met de heerlijkheid van zijn kennis, zoals de wateren de zee bedekken.                                                   (93:3-4; 98:7-9)
 
 

Gebed 2002 
 
De wereldgeschiedenis voorspeeld.

 
Toneelstuk in drie (werd vijf) bedrijven tegen twee (werd drie) decors.
Auteur:                  dichter-koning David van Israel, in opdracht van God, met diens belofte dat hij zijn rol in het tweede bedrijf zelf zou spelen.
             Tijdens de eerste (en enige) uitvoering heeft God dit inderdaad gedaan, daarbij een onbekende acteur introducerend,
             met een improvisatie die de kwintessens van het stuk letterlijk belichaamde.
Decors:                 Tussen de twee traditionele decors, Gods troonzaal en de zichtbare wereld, werd, voor het onverwachte ”derde bedrijf”,
                   heel revolutionair, een extra decor zichtbaar: de onzichtbare wereld.
 
 
 
               Eerste bedrijf.
Decor:                   de zichtbare wereld met conferentietafel, slagveld, beursvloer, persconferentie.
Acteurs:                de machthebbers der aarde, in de setting van éénwereldregering.
Handeling:            slotrede betreffende “Invoering Mondiale Moeder Aardeverering” door de Leider:
Na perscampagnes, opiniepeilingen en beursanalyses, en na overleg met de generale staf, luidt de definitieve tekst van het grondwetsvoorstel aldus:
“De G7 en de G77, in unieke vergadering bijeen, besluiten tot het definitief verbreken van het verbond “Liefelijkheid” met alle naties,
en roepen in plaats daarvan uit de “Era van Gaia”: het als internationale gemeenschap vieren en dienen van de vruchtbaarheid
en onvergankelijkheid van onze Moeder Aarde. Dit houdt in
“– het opheffen van de Verenigde Naties; ieder verzet zal in gezamenlijke actie worden verpletterd.
“– het lanceren van de “gendered city”, waarin de vijf genders de hoeksteen van de maatschappij vormen.
“-- het verbieden van monotheïstische godsdiensten, het uit het economische verkeer uitsluiten van hun gelovigen
(overeenstemming over de mondiale onderhuidse chip –moc- is heden getekend), het vervolgen van repressieve opvoeders… ”                    (vs. 1-3)
               De redevoering wordt “onderbroken”.
 
 
               Tweede bedrijf.
Decor:                   Gods troonzaal.
Acteurs:                God de Schepper.
Handeling:            God onderbreekt de machthebbers en onderstreept dat met aard- en zeebevingen, meteorietenregens en opstanding van doden.
Hoe belachelijk, deze grootspraak…
-- Wetten maken terwijl men schuldig is bevonden aan belasting-, beurs- en stembusfraude!
-- De wereld regeren, maar de diversiteit van culturen niet aankunnen!
-- De aarde denken te beschermen door ongeboren leven te vernietigen!
Zwijg; door mijn verschijnen is jullie grondwet, jullie antiterrorismeplan, jullie ontsporende-jeugdplan gedoemd te ontsporen.
Zwijg; op mijn verschijnen is jullie rampenplan niet berekend.
Zwijg; sinds Babel streven jullie naar een éénwereldregering, maar ouder dan Adam is míjn plan voor een éénwereldregering.
Zwijg, die mijn verbond ‘Lieflijkheid” durft te verbreken, terwijl het fundament voor een nieuw en beter verbond wacht op dit ogenblik:
Heden kondig Ik aan: de éénwereldregering naar mijn ontwerp, gevestigd te Jeruzalem, met op de troon mijn eigen zoon.       
                                                                                   (vs. 4-6)
Op dit moment ontstaat een mondiale beurskrach, met onthullingen van corruptie en spionage,
            onverwacht moedige massademonstraties en nieuwe vredesbesprekingen.
 
 
 
               Geïmproviseerd (derde) bedrijf.
Decor:                   nieuw: de onzichtbare wereld (“hemelse gewesten’, ‘geestelijk slagveld)
Acteurs:                onbekend personage
Handeling:            opperste ontzetting vaart door het wereldtoneel
Hij spreekt over mij; Hij kondigt mij aan; Hij spreekt tot mij als Vader; IK BEN zijn zoon.
Dit is wat hij zegt; dit is zijn vaderlijke zegen:
“Al het mijne is het jouwe; wat je ook vraagt, het is al van jou.
De volken en hun heerlijkheid zijn je erfenis; om over de stammen en naties te regeren stuur ik je naar de zichtbare wereld.
Je zult heersen met sociale en ecologische gerechtigheid; je zult straffen met geduld; opstand zul je neerslaan.
Je zult belonen en corrigeren, verhogen en vernederen, in liefde en waarheid, naar mijn beeld”.
Daartoe is mij gegeven alle macht in de onzichtbare en in de zichtbare wereld.                 (vs. 7-9)
 
Totale stilte heerst op de tv, op de beursvloer, op het internet, in de binnensteden.
 
  
Geïmproviseerd (vierde) bedrijf, Improvisatie, n.a.v. het onverwachte verschijnen van de Gezalfde
Decor:                   de zichtbare wereld
Acteurs:                koning David van Israel, koning Taufa'ahau Tupou V van Tonga, president Matieu Kerekou van Benin,
                            president Levi Mwanawasa van Zambia, eerste minister Serge Vohor van Vanuatu
Handeling:            deze vijf regeringsleiders, beseffend hoe die verschijning het oorspronkelijke script bevestigt,
                        maken zich los van de machthebbers der aarde en spreken hen toe
Machthebbers der aarde, wees gewaarschuwd. Heeft de God van de zichtbare en onzichtbare wereld niet duidelijk gesproken?
Heeft Hij zijn zoon niet geïntroduceerd als zijn kroonprins, als aanstaande Koning der koningen en der presidenten?
Mederegeerders, wees verstandig;. Bedenk wat zijn macht is, hoe gerechtvaardigd zijn claim.
Laat u gezeggen, want groot is zijn geduld en wijsheid, vaderlijk zijn liefde en zorg, maar opstand zal hij neerslaan.                               (vs. 10-12a)
 
 
Epiloog: derde (werd vijfde) bedrijf
Decor:                   de zichtbare wereld.
Acteurs:                koning David van Israel, koning Taufa'ahau Tupou V van Tonga, president Matieu Kerekou van Benin,
                         president Levi Mwanawasa van Zambia, eerste minister Serge Vohor van Vanuatu.
Handeling:            deze vijf regeringsleiders spreken de overige machthebbers der aarde toe.
Onze regeringen sloten een nieuw verbond met God; onze parlementen stemden in. Deze God te kennen is ons geluk.
Nu komt de maatschappij tot bloei, herstellen zich economie en ecologie.
Naar de komst van die Koning der koningen en der presidenten zien onze naties uit.        (vs. 12b)
 
 
 

Gebed 2024 
 
De koning komt

 
De aarde en haar volheid, satellieten en planeten, sterrenstelsels en kometen, ze zijn van God. De stratosfeer en de biosfeer,
de flora en de fauna, ze zijn van de Schepper. De dorpen en de steden, de stammen en de staten, ze zijn voor de Herschepper.                   (v 1-2)
         
Wie mag bij God wonen, wie kan met hem verkeren, wie mag met hem regeren? Wie zou hem kunnen dienen?
Wie kan hij vertrouwen, op wie kan hij bouwen?                          (v 3)
Wie oprecht en nederig is, zich altijd God voor ogen stelt. Wie God zoekt omdat hij God gevonden heeft,
wie naar God vraagt om wat hem behaagt. Wie God liefheeft, tot in de dood. (v 4-6)
 
Spoedig gaat de Gouden Poort open. Voor wie? Voor wie anders dan Jezus Messias, het lam geslacht voor de schepping,
het Woord dat schiep en herschiep, de koning op een ezel, de ruiter op een wit paard, die zal regeren over koningen en presidenten!                    (v 7-8)
 
Spoedig gaat de Gouden Poort open. Voor wie nog meer? Voor wie anders dan die profeteerden over deze politieke doorbraak,
die leden om deze verwachting, die met de Geest riepen: “Kom”, die dat met hun leven moesten bekopen, maar die zullen opstaan!
Die mogen dan met hem regeren!                                                                                                                            (v 9-10)
 

 

Gebed 2090 
 
Verlangen naar het vrederijk

 
Gebed van een profeet.                                                                                                        (v 1a)
 
God, deze schepping duurt slechts even in de marge van uw eeuwigheid; de bergen zijn slechts rimpels in uw ruimte;
uw armen ruim genoeg voor volken om in te schuilen.
U bent gewoon God, onbevattelijk en onmetelijk.                                                                (v 1b-2)
 
Maar de mens is vergankelijk als gras, de tijd vergankelijk als een lichte sluimer.
Deze zesduizend jaar waren voor u als een nachtwake, als een zesdaagse werkweek en … hebt u er eigenlijk vreugde aan beleefd?           (v 3-6)
 
Vooralsnog bent u dagelijks verontwaardigd over wat we heimelijk doen maar dat natuurlijk niet aan uw aandacht ontsnapt.
U bent gewoon woedend over ons gedrag.                       (v 7-8)
Tot uw verdriet, en door onze schuld, stroomt uw leven maar traag in ons door, zeventig, hooguit tachtig jaar;
waar we trots op waren is in feite moeizaam en vluchtig.              (v 9-10)
Wie beseft eigenlijk hoe heilig u bent en hoe terecht dus uw woede?                                 (v 11)
 
Mogen we dat beseffen, hoe confronterend ook, zodat we nederigheid leren.                    (v 12)
 
En mag er na uw werkweek toch een sabbat van vreugde komen, een dag van duizend jaar goedheid,
een millennium verzadigd van ontferming?                                                  (v 13-15)
En, God, mogen we werken wat u inspireert, dat dan niet vervliegt als een ochtendnevel maar ons navolgt;
mogen we iets voor u doen waar U vreugde aan beleeft?                        (v 16-17)

 
 

Gebed 2082 
 
Functioneringsgesprek 

            Voorzitter:                    De God der goden
            Aanwezig:                    De goden der volken
            Plaats, datum:              Troonzaal, Pasen 1999
Agenda: Jaarlijks functioneringsgesprek, dit jaar met het oog op de voorgenomen
 machtsovername op aarde.                                                    (vs 1)
 
De Voorzitter constateert: sociale, economische en politieke corruptie.
Moeten bijstandsmoeders bijverdienen, oudere gehandicapten solliciteren,
worden witwassers en vervuilers beschermd en vluchtelingen geweerd,
mogen banken verdienen aan microfinanciering, aan schulden van arme landen,
mag de wereldmarkt lijden onder westerse overschotten, bepaald worden door verslaving,
mogen naties hun eigen verbonden sluiten, om “de planeet te beschermen”?
Is recht spreken niet individualisme beteugelen, het zwakke beschermen, het kwade kwaad noemen,
van God genade afsmeken, oproepen tot bekering?                                        (vs 2-4)
 
De Voorzitter spreekt uit: de maatschappelijke consequenties.
Als recht zijn kracht verliest, als waarheid zijn absoluutheid verliest, als goden tot kwaad vervallen, dan wankelt elk regeren.                     (vs 5)
 
De Voorzitter spreekt uit: de persoonlijke consequenties.
Jullie zijn als zonen behandeld, aangesteld om volken te dienen, maar hebt de zijde van mensen gekozen.
Het lot van mensen zal jullie treffen: met hun glorie zal jullie glorie vergaan.                      (vs 6-7)
 
      Krantenkoppen:                        Wall Street Journal, New York:
Wereldbank en IMF wacht aangezegd
                                               Het Parool, Amsterdam:
Multinationals nu op de knieën.
                                               Financial Times, Londen:
WTO en GATT geheel nieuwe taken 21ste eeuw
                                               Le Monde, Parijs, opmerkelijk voor een natie met laïcité:
God zij dank, eindelijk mondiale gerechtigheid.                                                                        (vs 8)
 
 

 Categorie FLESSENHALS in de geschiedenis

  
      
Gebed 2014      De dwaasheid breekt los
Gebed 2004      Discriminatie
Gebed 2083      Angstkreet om actie
Gebed 2046      Baken in mondiale chaos
Gebed 2137      Verlangen naar Jeruzalem
Gebed 2080      Dodelijk isolement
Gebed 2079      Jeruzalem bedreigd
Gebed 2102      Nog een Holocaust 1
Gebed 2022      Nog een Holocaust 2
Gebed 2074      Stille klacht, tanende hoop
Gebed 2044      Israel vertwijfeld
Gebed 2085      Komt ooit een eind aan uw toorn?
Gebed 2129      Strompelend naar Jeruzalem
Gebed 2117      Internationaal appèl 1: God is koning der volken
Gebed 2096      Internationaal appèl 2; De rechter der volken komt
Gebed 2108      Profeten voor de volken
 

Gebed 2014 
 
De dwaasheid barst los

 
De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. De dwaas!
Hoe dwaas moet je zijn, om God niet te zien in de schepping, God te ontkennen in de geschiedenis, God te vermijden in de toekomstverwachting?
Hoe dwaas moet je zijn om driften te ontteugelen, woede aan te jagen, geesten op te roepen, gelovigen te vermoorden, onschuldig bloed te vergieten?         
De dwaasheid!                                                                                                          (v 1)
 
God maakt zich geen illusies. Hij weet wat in ons hart is, in subtiele rationalisatie of onbeschaamde waan.
Hij weet dat dat eerst moet uitzweren in internationale discriminatie, ongeremde winzucht, tomeloos machtsmisbruik, gedemoniseerde technocratie,
in agressieve blasfemie, in bloeddorstige wraak en blinde haat tegen Jeruzalem.(v 2-3, Openb 13:13-17)
(Heer, waar is dan nog hoop voor zwakken en minderheden?)                               (v 4)
 
Maar plotseling treedt God op, zegels openend die financiële crises en politieke chaos weerhielden,
bazuinen blazend van continentale schudding en wereldwijde razernij, en donderslagen van ecologische rampen en onuitsprekelijke angst.
Dan is het God die wraak ontteugelt, woede laat razen, boze geesten loslaat, slachtingen toelaat, tot verbijstering van de dwaas.        (v 5-6, Zach 11:6,9))
 
Het tij keert als de Koning verschijnt, in Jeruzalem.
Het tij keert voor Abrahams kinderen in afstamming en geloof, die deze Koning verwachten.
Het tij keert, opdat de naties aan Jeruzalem zien hoe groot God is, aan blijvende vrede dat God regeert, aan Gods volk wat vreugde is.            (v 7)
                                  
 
 

Gebed 2004            

N.a.v. getuigenissen in Cairo en Alexandrië, april 2008 

Discriminatie

 
God, ik mag toch een beroep op u doen? Er is toch recht bij u?
U hoort toch als ik steeds tot u roep, voortdurend tot u schreeuw? U ontvangt mij toch? Ik ben toch wel in beeld?
Luister naar mij. Heb meelij met mij.                                                                                    (vs 1)
 
Die voortdurende intimidatie, die slinkse discriminatie, die onbeschaamde vooroordelen, die eenzijdige berichtgeving,
die gelegaliseerde partijdigheid, die politiek-tendentieuze rechtzaken, die grijnzende triomfantelijkheid,
dat minachtende weigeren, dat trotse negeren, dat opzettelijke vergeten, dat nodeloze uitstellen,
dat blinde wantrouwen, dat botte legalisme, dat verkillende isolement, zelfs gedoogd geweld…
Niemand wil onze vriend zijn; niemand geeft ons een baan.
Als we al iets verdienen, men wil ons niet eens brood verkopen.
God, u ziet het toch, u voelt het toch ook?                                                                           (vs 2)
 
Ik zeg voortdurend: ‘Let niet op de omstandigheden’; ik houd me voortdurend voor: ‘Hij heeft ons geroepen, hij heeft ons lief, hij luistert.’                                           
Overdag moet ik me beheersen; ‘s nachts schreeuw ik het uit.
Overdag geef ik God de eer; ‘s nachts twist ik met hem.                             
Overdag ontvang ik kracht; ‘s nachts durf ik zwak te zijn.                                                    (vs 3-5)
 
Er zijn er die buigen en haast breken, die naar licht tasten en in een zwart gat vallen. O God, geef licht, God, kom met uw licht.        (vs 6)     
De zekerheid van uw nabijheid, de overtuiging dat u hoort, de vreugde die voor ons ligt,
daar kan mijn vroegere salaris toch niet tegenop, mijn vroegere positie?
Mijn veiligheid en zekerheid, mijn gemoedsrust en nachtrust, zijn alleen in u.                    (vs 7-8)
 

Gebed 2083

Juli 2011, toen de Palestijnen aankondigden eenzijdig een staat uit te roepen en steeds meer naties instemming betuigden.

Angstkreet om actie
  

Kreet in nood,            O God,
klacht in vertwijfeling         O God,
angstkreet om actie,          O God,
onze vijanden zijn toch ook uw vijanden?                        (vs 1-3a)
 
Palestijnen verheffen zich tot in de VN; onbeschaamd intimideren ze met raketaanvallen, agressief manipuleren zij met hun lot,
leugenachtig beroepen ze zich op internationaal recht, listig timen zij hun eisen, doelbewust stellen ze zich voor ogen:
“Kom, wij verdelgen dat volk; Israëls naam zal nooit meer worden genoemd”.               (vs 3b-5)
 
Ze hebben eensgezind beraadslaagd: Libanon nam de vluchtelingen nooit op; Syrië hield ze ook in kampen en leverde wapens;
Jordanië, die hen terecht paspoorten gaf, nam die weer terug.
Ze hebben eensgezind beraadslaagd: “Het leed van de vluchtelingen is ons wapen tegen Israel; kom, wij verdelgen dat volk;
die naam zal nooit meer worden genoemd”.                             (vs 6-9)
 
God, confronteer Hamas en Fatah omdat ze elkaar vermoorden, Saoedi Arabië en Iran, want die schenden mensenrechten.
God, bedreig Libië en Noord Korea omdat het dictaturen zijn, India en China omdat ze gelovigen vervolgen.
God, bent u niet woedend op de VS en de EU zoals ze zich door de Islam laten intimideren en Israel laten vallen?
God, bent u niet verontwaardigd dat bij zoveel internationaal kwaad juist steeds op Israel wordt gemikt?
En God, walgt u niet van de kerk die haar Israël-standpunt “nuanceert” en zich zo van haar verwijdert?                   (vs 10-13)
 
Mijn God, open de zegels om de politiek te schudden met oorlogen en geruchten ervan,
laat trompetten schallen om de economie te treffen met een crisis, laat donders rollen om de ecologie te ontregelen met tsunami of ijstijd.
Mijn God, werp nu de “steen, zonder het toedoen van mensenhanden”, om úw éénwereldregering te vestigen.                      (vs 14-16)
 
Laat die naties zo schrikken, dat ze niet alleen Israel zien maar ook u,
dat ze niet alleen macht zien, maar uw macht, zodat ze u erkennen als de allerhoogste over de ganse aarde.                   (vs 18-17)
 
 

Gebed 2046 

 
Baken in mondiale chaos.

Veilig bij God (v 1bm 7, 11)       

 
Ecologisch uitgeput is de wereld, economisch geruïneerd, maatschappelijk ontwricht, politiek verwilderd.
Maar in corruptie of discriminatie, in natuurramp of pandemie, in vluchtelingenkamp of hongersnood,
in revolutie of genocide, wij kennen geen angst meer                             (v 2)
                  Veilig bij de God van trouw.                                                                                (v 1b,7,11)
 
Bij intimidatie: rechtop; bij discriminatie: onverstoorbaar; bij afpersing: geen krimp; bij bedreiging:
koelbloedig; bij ondervraging: vrijmoedig; bij marteling: volhardend.
Bankrekening geblokkeerd, honger dagelijks, in kleding als vodden met een brug als dak. Hoe wordt ons geloof opgerekt.
Maar geen dag zonder iets om voor te danken.                                                                   (v 3)
                  Veilig bij God, eenzaam, maar niet verlaten.                                                     (v 1b,7,11)
 
Hoe zwart ook alles is en zwarter wordt, er is iets wits dat witter wordt, iets dat de wereld ergert en weerstaat.                             (Openb 22:11)
Wij zien iets van Gods stad: dienend leiderschap in raciale diversiteit, vurige aanbidding in radicale heiligheid,
eenheid en autoriteit die vervolging weerstaat.
En we zien een gebedsbeweging, onstuimig als een rivier, krachtig als een waterval, die die stad laaft met pastoraat en genezing,
stuurt met wijsheid en profetie; een gebedsbeweging die de stad dient en beschermt.
In de wilde volkerenzee houdt dat baken ons staande tegen geheime dienst, sociale controle, mediacampagne, discriminatie, dictatuur.        (v 4-5)
De maakbare wereld loopt toch vast? Ongerechtigheid houdt toch geen stand? Internationaal geweld verteert toch zichzelf?                            (v 6)
                  Veilig bij God, kwetsbaar maar veilig.                                                                 (v 1b,7,11)
              
Kom en zie, hoor toe en geef toe: God kan de spraak verwarren, de industrie doen stagneren, de oorlogsmachine doen zwijgen.
Revoluties? Hij verplettert ze. Machtsconcentraties? Hij verstrooit ze. Raciale tegenstellingen? Hij verzoent.
Historische wonden? Hij geneest.
Presidenten der wereld, luister naar de levende God: “Ik reken af met revolte en complot;
Mij is gegeven alle macht in de zichtbare en onzichtbare werkelijkheid”.                            (v 8-10)
      Wij schuilen bij God; bij hem zijn we veilig, absoluut veilig.                                        (v 1b,7,11)
 
  
 

Gebed 2137 

Februari 2012, n.a.v. de tentoonstelling “Joodse cultuurschatten” in Amsterdam.

Verlangen naar Jeruzalem

 
Van New York tot Kaapstad, van Siberië tot Chili, ergens in de diaspora
waren we ondergedoken, bivakkeerden wij, groeiden Joodse buurten, bouwden we iets op van een bestaan,
maar zeiden we bij elke Soekot: “Volgend jaar in Jeruzalem”.                               (vs 1)
 
We vierden sabbat, gingen naar de synagoge, lazen uit de wetsrol.
Maar we werden bekeken als sekte, mochten bestaan als culturele minderheid,
als niet serieus te nemen subcultuur, als onaangepaste allochtonen.
Weliswaar vroeg men ons om een culturele bijdrage, als legitimatie voor onze aanwezigheid,
maar vooroordelen broedden, antisemitisme smeulde, woede werd op ons afgereageerd; haat mocht tieren, zelfs bloed vloeien.       (vs 2-3)
 
Hoe kunnen we nu een culturele bijdrage leveren? Wat begrijpt men van onze geschiedenis, voelt men van onze pijn?
Hoe kunnen we ooit de “vreugde der wet” overdragen, hoe onze bestemming uitleggen?
Nog erger: we worden zo in beslag genomen door overleven dat de herinnering aan Zion slijt, dat de hartstocht over onze bestemming taant,
ons verlangen naar Jeruzalem verschraalt, de kracht van onze identiteit verzwakt.
 
God, nee, laat dat niet gebeuren. Beter de synagoge verwoest dan dat we de wet niet gedenken,
beter discriminatie dan dat we Jeruzalem zouden vergeten, beter antisemitisme dan assimilatie.                                                   (vs 4-6)
God, nee, beter U als heilige God, die straft, ons en die ons verdrukken, dan dat U uw plan met Jeruzalem zou opgeven.
Beter te vallen in de hand van de levende God dan te zijn overgeleverd aan machtspolitici en antisemieten.
 
Luister, allen die olie kopen met onrecht, die economische vrede stellen boven Gods vrede,
die Mohammed verheffen boven de Messias, Moeder Aarde boven zijn geliefde Jonkvrouw Dochter Jeruzalem,
verpletterend en baanbrekend zal Gods doorbraak blijken, van onomstreden gerechtigheid.                                   (vs 7-9, Jes 10:22)

 

 Gebed 2080

Toen, na het Gaza-incident november 2012, Israël nog verder internationaal geïsoleerd raakte.

Dodelijk isolement

 
God die in het licht woont
God die engelen en goden gebiedt,
God die de internationale politiek beheerst,
 verschijn, vertoon uw macht, laat uw donder horen.                                         (vs 2,5a)
 
Hoelang blijft u zwijgen?
Hoelang blijft u toezien?
Hoelang moeten wij lijden, schreeuwen, bidden zonder antwoord?
Hoelang brandt uw toorn tegen uw volk?
 Buurlanden willen ons gebied verdelen; islamitische naties ontkennen ons bestaansrecht; de VN buigt
 voor intimidatie; de EU gelooft leugens over ons.                                            (vs 5b-7)
 
God die in het licht woont, bescherm Jeruzalem, herstel ons.
God die engelen en goden gebiedt, verdedig Tel Aviv, vertoon uw macht.
God die de internationale politiek beheerst, bewaar ons de Westelijke Jordaanoever, verdedig ons,
opdat we niet in zee worden gedreven maar mogen bestaan.                                   (vs 3-4,8)
 
U hebt nationale wonderen gedaan die internationaal werden erkend: ons als wijnstok uit Egypte uitgegraven,
ons na de Holocaust uit de wereld bijeengebracht.
Onze natie kreeg wereldwijde erkenning: twee vorsten werden koning van koningen, velen Nobelprijswinnaar.            (vs 9-12)
 
Waarom zijn we politiek zo verdeeld, is onze economie zo verzwakt?
Waarom kan Hamas zomaar raketten afvuren en raken we internationaal steeds verder geïsoleerd?
Waarom trekken onze vrienden zich langzaam terug?                                      (vs 13-14)
 
Verzorg ons toch weer als uw wijnstok, verzwakt door ongeloof als we zijn en verschroeid door antisemitisme.
Bescherm ons toch als een zoon, ook al moet u ons kastijden.                        (vs 15b-19)
 
God die in het licht woont, herstel ons.
God die engelen en goden gebiedt, vertoon uw macht.
God die de internationale politiek beheerst, verdedig ons, opdat we niet in zee worden gedreven maar rust krijgen,
opdat isolement op houdt en vrede begint.                                             (vs 15a,20)

 
 
 

Gebed 2079

N.a.v. de voorbereiding van de “Internationale Mars tegen Jeruzalem”, maart 2012

Jeruzalem bedreigd

 
O God, heidenen dringen uw erfdeel binnen om het te ontwijden, om Jeruzalem tot een puinhoop te maken.
Ze willen rabbijnen vernederen, synagogen in brand steken, bewoners martelen, lijken schenden,
in de straten bloed doen vloeien, op de pleinen moorden zonder dat iemand begraaft, en de bevolking uitroeien
zodat in de stad uw volk en uw naam nooit meer worden genoemd. (vs 1-3)
Hamas en Fatah lopen voorop, Gaza en Libanon overschrijden de grenzen, Egypte en Turkije ondersteunen met diplomatie,
Syrië en Iran met bevoorrading, islamitische naties juichen en intimideren, de VS en Duitsland schrikken terug.
De hoon verlamt, de isolatie sluit af, de wanhoop slaat toe.                 (vs 4)
 
Hoe lang nog, God? Hoe fel is uw woede, hoe diep uw verontwaardiging? Hoeveel feller kan het nog worden,
hoe vernietigender laat u het nog toe?          (vs 5)
 
Wij beseffen niet hoe heilig u bent, kunnen uw verontwaardiging niet inschatten, uw woede niet peilen.
Onze trots, onze waan dat we dit land hadden verdiend, dat we recht hadden op deze stad,
ons steunen op buitenlandse hulp, op eigen leger en inlichtingendienst… hoe kunnen we nog voor u bestaan?
Nu zijn we verzwakt en bang.
Waar in u is een aangrijpingspunt voor schuldbelijdenis? Waar in u is nog vergeving?
Doe verzoening over onze zonden omwille van uw naam en kom ons te hulp.         (vs 8-9)
 
Waarom zouden de heidenen zeggen: Waar is hun God? Als ze ons verslinden, ons bloed vergieten,
onze naam verachten, verachten ze toch ook Uw naam?
Zou u zich niet ook op hen wreken, hen confronteren met de overmoed van hun trots,
met de lelijkheid van hun haat, en met de heerlijkheid van uw plan?                             (vs 6-7,10-12)
 
Als u ons vergeeft en weer verzamelt, als u doorbreekt en Jeruzalem bevrijdt, als u ons zowaar rust geeft en herstelt,
dan is dat om die naties te tonen wie u bent, hoe compleet uw plan is, hoe goed uw geboden, hoe heilig uw naam,
hoe heerlijk een toekomst met u:
een internationaal vrederijk.                           (vs 13)

 

 Gebed 2102

 

Nog een Holocaust 1  

God, God, we zijn bang.
God, als we roepen antwoordt u toch? God, u luistert toch wel? God, hoort u ons eigenlijk?
Help, help, we bezwijken               (v. 1-2)
 
We zijn tot op het bot vermagerd, strompelen voort met open wonden, rillen van koorts.
We zijn geïsoleerd en geïntimideerd, ondermijnd en ontmoedigd, rechteloos en radeloos. Dit overleven wij niet.       (v. 3-7)
We worden behandeld als straathonden, gediscrimineerd in getto’s, geïnterneerd in kampen, gemarteld in cellen, vergast in kelders.
We zijn als de laatste schemer voor de nacht, als de laatste vonk in de as.
We kwijnen weg.                                                                                                                   (v. 8-9, 11)
 
Omdat U laat ons vallen, ons nietsontziend verwerpt, ons totaal veracht, staart de dood ons aan.
Omdat u ons verbreekt, zijn we verbroken.           (v. 10, 23)
 
Maar, God, dat kan toch niet?
U bent immers eeuwig, hebt ons toch voor de eeuwigheid geschapen?
Het zichtbare zal vergaan, rivieren en bossen, hoogbouw en wegennet, EU en VN, maar wij toch niet, uw volk?
U bent de Eeuwige; horen we niet bij U?               (v. 24-27)
 
Uw eerste plan vergeet u niet; u bent trouw, uw belofte staat u voor ogen.
Voor u heeft Jeruzalem niet afgedaan; voor ons ook niet! U keert terug naar Sion om haar te bouwen; wij ook!
Wij zullen weer opstaan. Nu ontheemd en zwervend, we zullen het zien. Nu slachtoffers en paupers, we zullen het meemaken.

Deze tweede Holocaust verkeert in zijn tegendeel: het Gemenebest Israel wordt gevestigd!
De Jodenhaters moeten het toegeven, de christenvervolgers kunnen er niet omheen,
de overheden zullen het beamen: dit moet het werk van God zijn: Jeruzalem rijst op uit het puin, een Godsvolk wordt herboren!
Politici die God uit het publieke leven weren, zullen hem tenslotte eren.                             (v. 14-22)
 
Wij lijden tot het uiterste, maar onze kinderen zullen het meemaken;
wij schreeuwen het uit, maar onze kinderen betreden het vrederijk!                  (v. 28)
  
 

Gebed 2022 
 
Nog een Holocaust 2

 
God, waarom luistert u niet?
God, waarom hebt ons verlaten?
“Mijn God” roepen we, maar u blijft ver weg; dag en nacht schreeuwen we, maar u redt niet. (v 2)
Wij zijn geboren en wedergeboren, joods opgevoed en Messiaans bijgevoed, van talmoed naar thora en evangelie.
We hebben aliyah gemaakt, u gezocht omdat we u gevonden hadden.
Wilt u ons dan nu nabij zijn, ons beschermen?                                                                    (v 9-11)
 
Want we worden veracht, publiek gediscrimineerd, wettelijk achtergesteld, in de pers bespot: “omdat ze nog steeds op wonderen rekenen”.
Dit vertwijfelt ons ten diepste. Dat begrijpt u toch?.            (v 6-8)
Cultureel isolement en uitsluiting van onderwijs, perscampagnes en discriminatiewetgeving,
karaktermoord en pogroms, zelfs deportaties en vernietigingskampen worden tegen ons in stelling gebracht. Dat weet u toch?                (v 12-13)
Door hun redeloze verachting, hun blinde trots, zijn we getraumatiseerd en verkrampt, vertwijfeld en verbijsterd. Dat merkt u toch?
Door hun onbeschaamde haat, hun geplande genocide, zijn we opgejaagd en ondergedoken,
voortvluchtig of in kampen gesloten, ter dood veroordeeld en de dood al nabij. Dat ziet u toch?                                  (v 14-15)
Die aasgieren en hyena’s nemen zelfs, net voor het transport, nog ons bezit en geld, tot zelfs de kleren van ons lijf. Dat voelt u toch?          (v 16-18)
God, nu hebben we u nodig, snakken ernaar u te zien, smachten naar uw steun.
Oog in oog met die moordenaars schreeuwen we: verlos ons, kom en red!              (v 19-21a)
 
Want in het verleden hebt u gered; nu ook. Op U hebben onze vaderen vertrouwd; wij ook. Waar u wordt geloofd verschijnt u; nu ook.       (v 3-5)
Ja, u antwoordt al. We zeggen in geloof dat u ons, ellendigen, verhoort, ons, verworpenen, verheft, dat u dichtbij bent, ons toegewend.
Die u verwachten worden verzadigd, wie u zoeken vinden u. Spoedig zal uw volk getuigen van uw verdediging en zorg.
De naties zullen het erkennen.                          (v 21b-27)
Niet alleen onze taal, maar ook uw gerechtigheid wordt hersteld; ons volk wordt herboren.
De volgende generatie zal het de andere volken tonen.                      (v 30-31)
 
Want God heerst over de volken; koningen en presidenten zullen hem erkennen.
Wie nu heersen zullen voor hem buigen, die het nu voor de wind gaat, zullen hun afhankelijkheid van hem erkennen.              (v 28-29)
“Mijn God”, roepen we, “blijf dus niet ver weg”. Dag en nacht roepen we: “Luister en red ons”.                 (v 2, 20)
 
   
 

Gebed 2074 
 
Stille klacht, tanende hoop

 
Kijk toch: kerk wordt superstore, bijbel-in wordt boekhandel, bijzonder onderwijs fuseert, geloofopvoeding stagneert.
Vrijzinnigheid voert de boventoon, geloof in wonderen wordt kinderlijk en vrees voor uw naam hinderlijk geacht.
Zelfs wordt de geschiedenis herschreven, gemeenteleven ondermijnd, getuigenis overschreeuwd, genezingsgebed verboden.
Berekenend slaan ze toe, halen kinderen uit gezinnen, sturen jeugd naar werkkampen,
steken kerken in brand, schieten voorgangers neer.                       (v 3-8)
 
God, laat u dit toe? Dat zijn toch uw vijanden? Dit is toch uw gemeente? Het treft toch uw naam?
Verdraagt u dit? Verdedigt u ons niet? Wreekt u zich niet?                      
U bent toch niet monddood gemaakt, zonder weerwoord?               (v 1, 9-11)
 
U laat woestijnen oprukken maar ook bloeien; u laat de aarde opwarmen en een ijstijd naderen;
u kunt de zon stil doen staan en de maan verduisteren, een gat in de ozonlaag is voor u geen probleem.
God, u beheerst toch ook de geschiedenis, temt toch de naties, confronteert toch de afgoden, overwon toch de boze?             (v 12-17)
 
Denk aan uw gemeente, die u zich hebt verworven door wonderen;
denk aan de naam die u hebt gevestigd door maatschappijhervormingen.
Lever uw geliefde niet over aan de minachting van oppervlakkigen, aan de haat van afvalligen,
aan de hoon van vrijdenkers.
Bescherm uw bruid tegen discriminatie door politici, tegen intimidatie door secularisten,
tegen verbaal geweld van fundamentalisten, en tegen verlamming omdat u zwijgt.                    (v 2, 19-21)
 
God, een verdwaasde generatie overtreedt uw gebod, versmaadt uw woord, hoont uw naam.
Onbeschaamd wordt het huwelijk verbroken, het leven geschonden, de waarheid verleugend,
het recht vertreden, discriminatie goedgepraat.
Het getier van de godloochenaars stijgt voortdurend omhoog.
Hoort u dat niet?                                   (v 18,22-23)
 

 
 

Gebed 2044 
 
Israel vertwijfeld

 
O God, dat we dit mochten zien, dat u dit land, waar Jordaniërs en Palestijnen woonden, nu ons hebt gegeven.                   (v 2-3)
 
Vanouds was u onze God en Verlosser. Voorheen ging u voor ons uit, bezorgde u ons overwinning.                                       (v 5-6)
Nu hielp ons ook de VN; nu groeide het leger, de Mossad, de VS-lobby.
Nu zag men de vaart in de kibbutzim en de bloeiende woestijn, de triomf van de Zevendaagse Oorlog en Entebbe,
de vitaliteit van de industrie en de aliyah.
We dachten dat we, vanwege de Holocaust, recht hadden op dit “thuis” en op rust.           (v 4, 7-9) 
 
Maar nu hebt u ons verlaten. Na twee intifada’s zijn we verbitterd; na twee oorlogen is internationaal de goodwill verschrompeld.
De aliyah stagneert, industrie en toerisme ook. We zijn politiek instabiel en mentaal uitgeput.                       (v 10-13)  
Vrede willen we, maar de Iraanse dreiging neemt toe. Objectieve berichtgeving willen we, maar het vooroordeel neemt toe.
Ons eigen land en rust willen we, maar antisemitisme neemt toe.
U hebt ons dus verlaten, ons aan ons lot overgelaten.                (v 14-15)  
We worden gebrandmerkt als racistisch, als gevaarlijk voor wereldvrede. De EU keert zich tegen ons. De VS-lobby verliest invloed.
Dag aan dag neemt de dreiging toe.          (v 16-17) 
.
Dit overkomt ons omdat we niet op u rekenden, niet aan uw verbond dachten.
Door een seculiere staat te willen zijn duwden we u weg, moet u zich terug trekken, kunt u ons niet helpen.
En we verharden; we discrimineren Palestijnen en christenen.
We houden de sabbat maar roepen niet tot u.                                      (v 18-21)  
Dat ziet u natuurlijk. Dat kunt u, vanwege uw plan en uw haast, niet verdragen.                (v 22)     
Waarlijk, door onze schuld worden we met de dood bedreigd, opgeofferd aan oliebelangen en regionale vrede.  (v 23)     
 
God, zie ons aan in onze nood. We zijn geblokkeerd in onze zelfrechtvaardiging, hardnekkig in onze trots,
verward in politieke strijd, verdwaald in het labyrint van de wereld in ons.
Wij verdienen het niet, maar kom ons te hulp om wie u bent, en om het plan dat u ondanks ons toch met ons hebt.                 (v 24-26)  
Sta op God, kom ons te hulp.                         (v 27)           
 

 Gebed 2085                

21 april 2009, Shoah Herdinkingsdag, toen in Evian-les-Bains een Jood riep: “What are you going to do?”

Komt ooit een eind aan uw toorn?

           
Toen u ons het land teruggaf, een eigen staat, politieke erkenning, bloeiende economie, toen de aliyah op gang kwam,
toen dachten we dat ons boze lot was gekeerd, dat uw toorn voorbij was, uw woede bekoeld, onze zonden vergeven.        (v 1-3)
 
Nu, met nieuw antisemitisme, toenemende politiek druk, de Palestijnse staat ons opgedrongen, met internationale sancties en boycots,
nu lijkt uw welbehagen bekoeld, uw genade uitgeput, uw wraak opgerakeld, uw straf hervat.
Rekenden we te vroeg op genade? Moet de volgende generatie weer lijden? Komt er dan geen eind aan uw toorn?
Heer, herstel ons. Heer, wees ons genadig                                                                         (v 4-7)
 
Het stond al in Mozes en de profeten:
U belooft vrede, maar niet zolang ons hart verbitterd is, onze hardnekkigheid heerst, we het land opeisen van de VN,
we een staat willen… zonder uw koning.
Het is onze aanmatiging die uw heerlijkheid weerhoudt.                                                      (v 8-9)
 
Pas als we voor u buigen (hoe diep, Heer?)
onze schuld belijden (hoeveel Heer?)
de beker leeg drinken (hoe vreselijk, Heer?)
zult u internationaal wonderen verrichten, mogen we weer Jood zijn, zijn onze grenzen veilig,
de markten en de bushaltes, wordt diplomatie hersteld, zal vrede heersen.              (v 10-13)
 
 
 
 

Gebed 2129
Strompelend naar Jeruzalem

 
We zijn een gediscrimineerde minderheid, altijd geweest:
nooit een vaste baan, altijd rechtsonzekerheid, voortdurende minachting, publieke treiterijen,
de meisjes niet veilig (jongens en mannen trouwens ook niet), plotselinge uithuiszetting, confiscatie van bezittingen,
ongehinderde pogroms; ouders die het hun kinderen niet kunnen uitleggen, hun woede nauwelijks voor hen kunnen verbergen,
hen voorgaan in angst en gelatenheid…
Wie zal ooit doorgronden wat het is om een gediscrimineerde minderheid te zijn, wie ooit navoelen hoe we konden standhouden?       (v 1b-2)
 
Sommige treiterijen waren zo gemeen, zo geënsceneerd om te vernederen, opgezet om te beschadigen, voorbedacht om te pijnigen;
het was als ploegen op je naakte rug, heen en weer terug, heen en weer terug; houdt het ooit op…houdt het ooit op…                  (v 3)
 
Dat het ophoudt, en het zal ophouden, zal een Godswonder zijn. Als die goddelozen er mee ophouden, dat is “Messias”.                      (v 4)
 
Moeten we die vijanden echt zegenen?
Die goddelozen, die trotsaards, die Israel haten, die Jeruzalem niet begrijpen, die God niet erkennen,
die het op durven nemen tegen hem en zijn volk, die opzettelijk onschuldig bloed vergieten,
de waarheid overschreeuwen, de leugen leven … zouden we hen kunnen zegenen?                                (v 5-8a)
 
Dit blijft onze klacht op weg naar Jeruzalem.
Israel, dit blijft onze klacht, strompelend naar Jeruzalem.
Strompelend vloeien onze tranen, totdat Messias komt.
 
Die dit ontvangt, zij gezegend.                                                                                  (v 1a, 8b)
 

 
 

Gebed 2117     
 
Internationaal appèl 1: God is koning der volken

Temidden van mondiale vervolging ontvangt het Apostelconvent te Jeruzalem een nieuw gezang:
               “Het lied van Mozes, de knecht Gods, en van het Lam, DE KNECHT Gods”, als internationale oproep. 
Alle 241 naties, alle 9.140 talen, alle 19.800 people groups, alle 134.000 stammen ter wereld:                      (vs 1b,d)
               Het werk van de Almachtige God, de Koning der volkeren, is wonderlijk; zou u Hem niet vereren?
Buigt voor Hem in aanbidding, want zijn gerichten zijn openbaar geworden.
Looft hem die het universum en zijn geschiedenis ontwierp, de zichtbare en onzichtbare werkelijkheid.
Laat u gezeggen door hem, die spoedig zijn éénwereldregering zal vestigen.        (vs 1a,c; Opb 15:3-4)
 
Want Gods gulle goedheid is gaaf en duurzaam.
God is groots, heerlijk en groots.                                                                               (vs 2)
 
 
 
 

Gebed 2096 

Dit “laatste appèl” heeft een echo in Openbaring 10:11.
 

Internationaal appèl 2: De rechter der volken komt

           De mondiale Gemeente van Christus, bij monde van haar Apostelconvent te Jeruzalem, 
           namens de wereldwijd vervolgde Gemeente,
           schrijft aan alle 241 staten, alle 9.140 talen, alle 19.800 people groups, alle 134.000 stammen ter wereld:
 
Volk en taal, looft God, stam en staat, erkent hem, dorp en stad, bezingt hem;
wees creatief, getuig ootmoedig dat God groots is, zijn beleid heerlijk.                         (vs 1-3)
 
God is ontzagwekkend; hij regeert de goden. Alle volken hebben hun goden, maar God heeft de goden en de godenwereld gemaakt.
Die scheppingskracht is onbetwist, overtuigend, zelfs overdonderend.                   (vs 4-6)
 
Dus, alle volken en talen, alle stammen en staten, erkent zijn heerschappij, eerlijk en openlijk, naar hem en naar elkaar:
“Zijn kracht is bewezen, zijn gezag verdiend, zijn invloed onmiskenbaar.
Wat nog betrouwbaar is en stabiel, wat nog groeit en vrucht draagt, danken we aan hem!”
Bekeert u van uw machtspolitiek; verheug u niet in eigen kracht, maar verheugt u in hem.                                                                                                                           
                                                                                                                                  (vs 7-10a,11-12)
 
Want hij komt als wereldrechter!
Alle volken en talen, alle stammen en staten zal hij oordelen, op hun machtsstreven, op hun zorg voor hun armen.
Dit wordt de rechtzaak aller tijden; geen jurisprudentie is toereikend, maar rechtvaardig zal het zijn.
De natuur zal opleven, maar alle naties zullen beven;
de valse éénwereldregering zal buigen, zijn boosaardige leider zal schrikken.
Om dit appèl zal hij ons vervolgen, maar hij zal schrikken!                (Mt 25:32-40; vs 10b,13)
 
 

 
Gebed 2108

De psalmen 57 (“toen hij voor Saul in de spelonk vluchtte”) en 60 (“toen hij de Arameeërs ... de Edomieten... had verslagen”),
beide “een kleinood van David”, beginnen met een smeekgebed en eindigen triomfantelijk.
Psalm 108 bestaat uit die beide triomfantelijke delen.
Deze drie psalmen worden verstaan vanuit de mond van de Twee Getuigen in Openbaring 11.

 
Profeten voor de volken

                                           
God, U hebt ons verstoten en verbroken.
Wij zijn verzwakt door scheuringen, bezoedeld door onheiligheid; we waren geen zoutend zout.
Daarom worden we vervolgd, al drie jaar lang.
Door armoede zijn we in zakken gekleed, maar ook als boete.
Met ons tweeën zijn we nog over. En we zijn bang, doodsbang.                  (Ps 60:3-5; Openb 11:3)
 
God, de wereld lijdt onder de diepste economische crisis, is verbijsterd door het extreemste natuurgeweld,
is tot stinkens toe vervuild door ecologisch wangedrag, is verwilderd door hongersnoden en politieke chaos, bloedt door agressief nationalisme.
Basken en Walen grijpen de wapens, zelfs Schotten en Friezen.
En wij krijgen van dit alles de schuld, omdat we vasthouden aan de profetie over de zegels, bazuinen en donderslagen.
God, dit is toch buiten proportie, wat de wereld ondergaat, wat ons overkomt?        (Openb 6, 8:6-10:10)
 
U riep ons, als Jeremia, tot “profeet voor de volken”; we zuchten met hem: “U hebt ons verleid, dit is te zwaar”.               (Jer 1:5; 20:7)
De hele wereld hoort ons, maar niemand luistert, noemt ons discriminerend, verklaart ons vogelvrij.
Doodsdreiging en intimidatie treffen ons, antiterreurpolitie schaduwt ons; de pers omringt ons, CNN belaagt ons.          (Openb 10:11, 11:9-10)
We geloven dat er nog 7000 uit Babylon zijn uitgetrokken en compromisloos getuigen.
We geloven in uw bescherming. Maar kom ons ongeloof te hulp.                (Ps 60:6; 57:2b-4)
 
God, u ziet toch deze maatschappij, oppressief en dood-behept als Egypte, immoreel en a-sociaal als Sodom?
Ten koste van uw naam wordt Moeder Aarde aanbeden, voor haar overleven geijverd, haar onsterfelijkheid bezongen, hier in Jeruzalem!
Andersdenkenden worden vervolgd, bedreigd met publieke terechtstelling.
U bent toch heilig? Ziet u dit nog langer aan? U voorzegt toch dat zij vergaan? (Ps 57:5-6; Openb 11:7-8)
 
Maar we rusten in U, elke ochtend gesterkt om waarheid waarheid te noemen, en leugen leugen. We houden vast aan uw naam en claim.
Internationale catastrofen hebt u toch in de hand? Een wending van de wereldgeschiedenis hebt u toch gepland?
De hele wereld zal het zien.        (Ps 57:7-12 = Ps 108:1-5)
En al die internationale belangstelling, zodat de pers ons Ghandi en Martin Luther King noemt, zelfs Mozes en Elia, dat is toch ook van u?
Bewaar ons in ootmoed, maar ga door in uw kracht.
Ja, maak door ons uw plannen internationaal bekend: dat er een andere éénwereldregering zal komen,
dat China en India zullen breken, Rusland zal buigen, Noord Amerika zal instorten, Europa en Japan zullen smeken om genade.
Zoals de VN, de EU, de Asean, de G7 en de G77 verbrokkelden, zo zal het deze éénwereldregering met haar Leider vergaan.
U hebt deze geestelijke strijd, deze strijd om de volken, voorzegd; nu wordt het openbaar.
En Jezus Messias bespot en verboden? Hij zal levend verschijnen, hier in Jeruzalem.
Dank u, God, u te mogen dienen met deze boodschap. Het is ons leven waard.
 
De Koning komt!                                                                                 (Openb 11:5-6; Ps 60:7-14 = 108:6-13)
 
Uit de digitale gegevens van de Twee Getuigen is gebleken dat de laatste bewerking van dit leerdicht plaats vond
op de dag voor hun arrestatie en kort voor hun gruwelijke publieke terechtstelling.
Deze werd internationaal live uitgezonden, gevolgd door in feite baldadige adhesiebetuigingen
vanuit de gehele wereld aan de Leider te Jeruzalem.                                                           (Openb 11:7-10)
Hun opstanding en hemelvaart, die samenviel met een vreselijke aardbeving, is eveneens door CNN live uitgezonden.
Het is niet te schatten welk effect groter was: de materiële schade door de aardbeving
       of de maatschappelijke schok door de uitzending van de hemelvaart.                (Openb 11:11-13)
Desondanks heeft de Leider korte tijd later, uitdagend op het daarop volgende Loofhuttenfeest, een rede aangekondigd;
CNN stond dus klaar. Een niet voorziene en angstwekkende zonsverduistering vond plaats;
in die duisternis verscheen een groot licht, en daarin een Ruiter te paard. De schrik Gods viel over de hele wereld.
Zonder slag of stoot nam de Ruiter het gezag van de wereldregering over.
Zo was de hele wereld getuige van de komst van de Koning die de Twee Getuigen hadden voorspeld!
 

Categorie GESCHIEDENIS VERVULD

 
 
Gebed 2124                 Als God niet had gered
Gebed 2076                  Het Vrederijk breekt door
Gebed 2021                  De koning lacht
Gebed 2009                  Het vrederijk gevestigd
Gebed 2066                  Overtuigend God
Gebed 2087                  Gods nieuwe verbond met alle volken
Gebed 2097                  Open hemel
Gebed 2075                  Koning en God in gesprek
Gebed 2110                  God spreekt tot de koning
Gebed 2099                  De koning van het vrederijk
Gebed 2067                  De volken in het vrederijk
Gebed 2047                  De God van het vrederijk
Gebed 2048                  God van de stad
Gebed 2072                  Geschiedenis vervuld
Gebed 2045                  Eeuwigheid voorspeeld
 
 

Gebed 2124

“Wateren, zeeën” slaat vaak op volkerenzee, “vogel” op boze geesten.
 

Als God niet had gered

 
Een lied bij een thuiskomst.                                             (v 1a)
 
Als God niet had gered, toen de éénwereldregering met psychologische oorlogsvoering
en nucleaire en chemische wapens tegen ons optrok,
als God niet had gered, toen de duivel zelf verscheen om de presidenten en generaals aan te voeren en legers te demoniseren
als God niet had gered met een aardbeving, die geen stad heel liet, die Babel letterlijk in drie stukken brak,
als God niet had gered door de verschijning van de Ruiter op een wit paard,
waardoor de schrik Gods op aarde viel,                                                                         (v 1b-2, Openb 16:19, 19:19) 
dan zouden we vernietigd zijn, overspoeld als bij een dijkdoorbraak, weggevaagd als door een tsunami,
verzwolgen als door de zondvloed.                                               (v 3-5)
 
Eeuwig dank aan God, die ons daarvoor heeft gespaard, die ons daaruit heeft opgetild, ons met zijn hand heeft afgeschermd.     (v 6)
 
De hel was losgebroken: demonen besprongen ons, angst steigerde in ons op, verbijstering golfde over ons heen,
doodslucht bedwelmde ons al.
Maar… de boze geestkracht knakte, de betovering brak, het licht brak door, we zagen ontelbare engelen en… de Ruiter.
Zijn voet raakte de Olijfberg en de graven kraakten open; met hem verschenen Stefanus, Johannes Hus,
Jan de Bakker en vele andere martelaren.
We waren bevrijd!                                                               (v 7)
 
Alle naties hebben hun goden; die zijn nu in verzekerde bewaring.
Hij die de goden schiep, schept nu een vrederijk.                                        (v 8)
 
  
 

 
Gebed 2076
 
Het Vrederijk breekt door

 
God heeft zich gevestigd in Jeruzalem en Israël vereert hem:                                 (v 1-2)
“U bent indrukwekkend als een berglandschap, oogverblindend als de middagzon, onverzettelijk als een metropool”.               (v 4)
 
Vanuit Jeruzalem zag hij de weerstand, maar brak door; hij vocht en overwon.
Het Chinese leger, de Britse geheime dienst, Amerikaanse onderzeeërs, Iraanse raketten, psychologische oorlogvoering,
gedemoniseerde legerleiding, alles bleek machteloos, werd verslagen. God sprak, en ze waren niet meer.                               (v 3, 5-6)
 
Regeringen die discrimineerden,
bloed dat van de aarde schreeuwde,
      God heeft wraak genomen.
Presidenten die corrupt werden,
dictators die tot het occulte vervielen,
multinationals die over lijken gingen,
      God heeft hen verpletterd
Dit is een wraak uit de hemel, uitblinkend door gerechtigheid. Een huiver van ontzag gaat door de wereldpolitiek,
een zucht van verlichting, een golf van bewondering.               (Jes 10:22; v 7-10)
 
Stammen en talen, breng hem hulde,
volken en naties, breng hem uw gaven,
staten en steden, sluit een verbond met deze God;
 Welke politicus zou anders durven?                                                            (v 11-12)
 
  
 
 

Gebed 2021 
 
De koning lacht

 
De zoon van David lacht.                                                                                                      (v 1-2)
Wat is zijn God machtig en goed.
En hoe is zijn hartenwens, volgens belofte, nu vervuld: Koning van koningen en presidenten werd hij, en duizend jaar lang.          (v 3-5; Ps 2:8)
 
De koning lacht, want majesteit en luister heeft God hem gegeven, vriendelijkheid en vrolijkheid, rijkdom en roem.
Hij is blij met bloeiende woestijnen en hersteld milieu, met inspirerend onderwijs en degelijke volksgezondheid,
met genezing van Native Americans en waardigheid van de Khoi, met ontplooiing in het 10/40 raam,
vrede in Zuidoost Azië en welvaart in Afrika.                  (v 6-7)
Hij vertrouwt op zijn God en God schenkt hem zijn vertrouwen.                                          (v 8)
 
De koning lacht; hij confronteerde de opstandelingen met vuur.                                          (v 9-10a)
De koning lacht; kalme confrontatie verbrak weerstand en weerzin.                                   (v 12-13)
De koning lacht; in zijn overwinning zingt hij een klaaglied over gevallen vorsten, over kinderen van slachtoffers.                      (v 10b-11)
 
De koning lacht ontroerd; zijn kruislijden werd overwinning op de dood, zijn eenzame sterven verlossing voor de volken.
Zo werd zijn leed tot lach, zijn lach tot lied, tot een nieuw lied voor zijn God.                      (v 14)

 
 
 

Gebed 2009
 
Het vrederijk gevestigd

 
Met hart en ziel willen we betuigen: koning Jezus is indrukwekkend; zijn optreden groots en heerlijk.                          (vs 1-2)
Protesten waren er, opstanden tegen zijn regering, zelfs revoluties. Kansloos! Demonstranten deinsden terug,
legers sloegen in angst op de vlucht, regeringen gingen verbijsterd op de knieën.                                                        (vs 3-6)
 
Nu is zijn rijk stabiel, zijn macht mondiaal, zijn recht universeel, zijn reputatie onbesproken.
Het Internationaal Gerechtshof en het Internationale Strafhof zijn verplaatst van Den Haag naar Jeruzalem,
want van Sion zal de wet uitgaan.                                                                (vs 7-8)
Vanuit Jeruzalem komt wetgeving en wetshandhaving, rechtspraak en oordeel, verordening en voorbeeld.
Nooit genoot de burger méér veiligheid en recht, nooit eerder kon hij zijn regeerders zó vertrouwen.                      (vs 9-10)
 
Alle lof voor deze vorst van Native Americans en Aboriginals, van Noord-Ieren en Noord- Koreanen, van Koerden en Khoi,
want hun vernedering is voorbij, hun rechten zijn gegarandeerd, hun pijn wordt genezen:                                                             (vs 11-12)
“Koning Jezus, dank voor vergeving, en neem ook onze laatste tranen weg, de diepste trauma’s,
want dit is pas leven; hiervan komen we getuigen in Jeruzalem”.                        (vs 13-14)
De “grote mogendheden” en de G7, multinationals en magnaten, waar bleven ze?
Ze konden zich niet handhaven toen het recht werd gehandhaafd;
de corruptie is samen met de consumptie die ze opstuwden, voorbij.         (vs 15-17)
 
Niet nog een eeuw woekert de uitbuiting; niet voorgoed blijft de arme vergeten. Weduwe en bijstandsmoeder, wees en vluchteling,
gehandicapte en gediscrimineerde, naamlozen die lijden onder mannen van naam,
ze worden verdedigd en bevestigd, gehoord en verhoogd.
Aan onrecht gaan volken ten onder, maar nu buigen ze, voor de Heer die regeert.            (vs 18-20)

 
 
 

Gebed 2066
 
Overtuigend God

 
Alle staten getuigen, en stammen en steden vallen bij: God is boven bevattingsvermogen en onvolprezen,
indrukwekkend en overtuigend, goddelijk en goed.                                  (v 1-2,4)
 
Als stammen al locale goden dienden, als staten zich al in machtsblokken verenigden,
als steden zich al een naam maakten, ze moesten tenslotte toegeven:
dit is de God der goden, zijn macht is totaal, overtuigend en geducht.
Hoe hij de natuur bestuurde met zeestijging en zeebeving, hoe hij de wereld bestuurde dwars door economische crisis en politieke chaos,
hoe hij het heelal bestuurde met zon-, maan en sterrenverduistering, zo getimed dat militaire strategieën,
verborgen agenda’s en geheime genootschappen werden ontmaskerd,
dit is de God der goden, zijn macht is totaal, overtuigend en goed.                               (v 3, 5-7)
 
Dus, stammen, staten en steden, geef deze God ootmoedig eer.
Waarom moest hij door vernietigende tsunami’s, agressieve insectenplagen, teisterende hongersboden, mensonterende vluchtelingenkampen,
meedogenloze genociden, nietsontziende overlevingsdynamieken, door totale chaos, ons tot overgave dwingen?
Elke bestuurder en burger, elke religie en ras werd ten diepste beproefd, moest lijden en vluchten, voor ze wanhopig smeekten om Gods redding.
Pas als laatste redmiddel hebben wij, stammen, staten en steden, ons laten overtuigen:        (v 8-12)
“Wat we nu nog aan leven hebben is uit u; u hebt ons volksleven opgeëist, ons stam- en stadsleven gelouterd.
Al ons leven is nu nog alleen voor u”.                                          (v 13-16)
 
Hadden we maar iets van overlevingsdrift of ambitie overgehouden, iets van nationale of raciale trots,
van technische of wetenschappelijke superioriteit, van financiële of politieke onafhankelijkheid,
we zouden het niet hebben overleefd.
Maar toen kleine staten en gediscrimineerde stammen niet langer op internationale hulp wachtten,
toen Rusland tot God ging roepen en de VS haar afhankelijkheid erkende,
toen China berouw had over haar nationalisme en India de schuld van afgoderij beleed,
toen Syrië en Iran een millennium in het Gemenebest Israël toejuichten,
toen antwoordde God onmiddellijk met zijn goedheid.
 
Gods macht is overtuigend, zijn goedheid overstelpend. We eren hem van harte.  (v 17-20)                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          
 
 
 

Gebed 2087      

Zach 11:4-13 noemt expliciet “Gods verbond met alle volken” en het verbreken ervan, en duidt impliciet op
de basis voor een nieuw “verbond met alle volken”.
Het apocalyptische blok Jes 24-27 noemt, juist andersom, impliciet “Gods – verbroken – verbond met alle volken” (24:1-6),
en kondigt expliciet aan dat een nieuw “verbond met alle volken” wordt gesloten (25:6-7).
Psalm 87 bezingt die verbondssluiting:
“Jonkvrouw Dochter Rahab, Babel, Filistea, Tyrus en Ethiopië” treden toe tot het verbond met God; naties worden “wedergeboren”!

Gods nieuwe verbond met alle volken

Jeruzalem, een heerlijke stad.
Politiek klimaat: het centrum van de wereld. Voorzieningen- en vestigingsklimaat: internationaal de top.
Veiligheid en bereikbaarheid: de hoogste standaarden. Historische uitstraling: een klasse apart.
Culturele activiteiten: toonaangevend, trekpleister voor wetenschappers, artiesten en toeristen.
Jeruzalem, we zijn trots op je; we houden van je, van je stenen, je hoge en lage pleinen,
je hellingen en uitzichten, jij stad op een berg!
En: God houdt van je, Jeruzalem, je bent Gods troon!                                       (v. 1-3)
 
Jeruzalems vorst nodigde alle regeringsleiders uit voor een verbondssluiting, en voor een staatsbanket om dat te vieren.
Egypte en Irak, met Israël de “as van vriendschap”, waren medegastheer.
(De hele stad wilde het meemaken, heeft, in trotse livrei, bediend. En wat een menu!) (Jes 19:23, 25:6-7, 1Kon 10:5)
Syrië en Libanon arriveerden als eersten.
Van Japan tot Chili, van Madagaskar tot Groenland,
de verste naties en eilanden sloten dit verbond met God, traden toe tot het Gemenebest Israël.
Na eeuwen van nationalisme en antisemitisme juichen ze nu: “We zijn herboren; onze identiteit is in God!”                 (v 4-5a)
 
Ja, God bevestigt Jeruzalem. En hij bevestigt die naties. “Zijn ze niet mijn verbondspartners?
Zal ik hen niet mijn trouw betonen, mijn verbond met hen gedenken?”            (v. 5b-6)
De Aziaten hebben gedanst, bij Afrikaanse drum en Zuid-Amerikaans gezang; zelfs de Britten glimlachten.
Alle naties juichten, ze juichten:
“Nu pas zien we wie God is; nu begrijpen we waartoe hij Israël verkoos; nu weten we wie wij zijn.
Nu leven we uit Hem en verheugen ons in elkaar”. (v. 7)

 
 
 
  
Gebed 2097 
 
Open hemel

God is.
God is die hij is,
verheven, heerlijk, heilig, huiveringwekkend,
totaal, ultiem vaderlijk en majesteitelijk, schitterend als de middagzon, fel als gloeiend metaal,
omringd door sterrenregen en wervelwind, door bliksem en rook; zijn troon is een sterrenstelsel, zijn gordel een ring van planeten.
Zijn stem davert als een storm, buldert als een waterval, dondert als een stadion.
Hij bevestigt als vader, verkondigt en doet waarheid als profeet, spreekt internationaal recht als koning.
Hij stelt norm en wet, verbond en belofte, zegen en vloek.
Zijn troonzaal trilt van verbondsliefde en verbondstrouw, zindert van verbondspassie en verbondswraak.
Volkomen verheven is hij boven de goden. (v 2,3a,4a,5-6a,9)
 
Die God heerst over de naties.
Ze zien Hem en verheugen zich. Jamaica en Hawaï, Somalië en Sachalin, Zuidkaap en Vuurland,
de verste kustlanden reiken naar hem uit.
Van Brazilië en Australië tot Nepal en Niger wordt hij vereerd; Japan en Soedan vrezen hem,
de Kalahari en de Gobi buigen voor hem, want hij wekt ontzag.                                          (v 1,3b,4b,6b)
 
De goden der volken zijn gevangen, vernederd, in verzekerde bewaring gesteld; de Koningin des Hemels,
Allah en Nehalennia, Boeddha en Baäl, ze zijn ontkracht, niet meer in staat naties te binden of zelfs te verleiden.
Hun priesters zijn gevlucht, hun altaren verbroken, hun tradities ontmaskerd.
Hun vereerders zijn ontgoocheld maar bevrijd; de betovering is verbroken; naties worden bevrijd, culturen verlost.                    (v 7)
 
Plotseling heeft Israël rust rondom.
Na het intimiderendste en agressiefste antisemitisme staat ze nu in de ruimte, wordt ze erkend, zelfs wereldwijd geacht.
Israël is beduusd, Jeruzalem sprakeloos; langzaam dringt de waarheid door, komt de vreugde vrij, breekt het juichen los.
Wat heeft God de volken geschokt, hoe krachtig de naties geconfronteerd!                       (v 8)
 
Zo verlicht vlieden stammen de afgoderij, haten staten het kwaad.
Dit licht is voor de rechtvaardigen, die God zoeken nu de hemel open is;
deze vreugde is voor de naties die God dienen, nu de goden gebonden zijn, de duivel geketend.                 (v 10-11)
 
Schaapvolken onder open hemel, vrijsteden met de hemelse mensenrechten,
bedrijf vreugde voor uw Herschepper, verheug u in uw God.    (v 12)
 

 
 

 
Gebed 2075
 
Koning en God in gesprek

God, het wonderlijke van uw werk verwerft lof alom, de doeltreffendheid van uw plan is het gesprek van de dag      (v 2)
 
“Ik sprak, op mijn tijd, en de aarde was er.
“Ik zweeg, lange tijd, en de bewoners beefden.                                                       (v 3-4)
“Al voeren politici en managers een hoge toon, nu onderbreek ik hen:
‘Presidenten: luister; vorsten, buig; managers, bind in; rijken, wacht; politici, beraad u, tirannen, zwijg.
Status is niet erfelijk en het is geen toeval; het is niet te verdienen en niet te behouden.
Ik verleen status naar mijn keus, neem die terug op mijn tijd’.                      (v 5-8)
“Machtsbelusten vergrijpen zich, beroemdheden overschatten zich, gulzigen verslikken zich, woekeraars vertillen zich,
manipulators struikelen, winnaars verliezen, trotsen stoten hun neus, die denken te staan vallen”.                           (v 9)
 
God, ik hoor wat u zegt; uw woord is mijn wet. Goddelozen leg ik het zwijgen op, godvrezenden krijgen het woord.
En duizend jaar lang bent u het gesprek van de dag.                                                          (v 10-11)
 
 


Psalm 2110

God spreekt tot de koning

 
De God der goden tot de Koning der koningen:                                                                         (v 1a)
     
Ik vestig je rijk, het Gemenebest Israël.
Neem plaats op de Sion, mijn troon op aarde, het wereldpolitieke centrum.                      
Je troon is internationaal, je macht intercontinentaal; politieke weerstand zal ik verbreken,
dictators vernederen, magnaten uitkleden
De wereld zal zien dat ik voor je uitga.                                                                                 (1b-2,5-6)
 
Jij zet de Melchizedek-dynastie voort, die eeuwigheid en tijd, hemel en aarde, geloof en politiek verbindt.           (v 4)
 
Je leger en industrie, je onderwijs en onderzoek, je beleid en je naam hebben jeugdige         
kracht en majesteitelijke heerlijkheid.
De hemel verzorgt je overvloedig; de aarde volgt je verheugd.
      Je regeert duizend jaar, onvermoeid.                                                                             (v 3,7)
 

 
 

Gebed 2099                                                                                                                         

 

De koning van het vrederijk                                            

 
Jezus Messias is koning over het Gemenebest Israël, koning der koningen en presidenten, die zich daarin schikken.
Dit is politieke en geestelijke realiteit, regeren onder open hemel,
met politieke macht en geestelijk gezag vanuit Jeruzalem door e-mail en engel.
Religie en politiek ontmoeten elkaar, hemel en aarde omarmen elkaar, het onzichtbare en het zichtbare,
het bovennatuurlijke en het natuurlijke vloeien ineen. Eindelijk is het wonder normaal.
Dit is historisch uniek. Dit is typisch God.
Politici staan verbijsterd, geven tenslotte toe.
Dat Israël uitverkoren blijkt, verbijstert hen opnieuw; ze geven tenslotte toe.
Ook Israël is verbijsterd; ze geeft met vreugde toe.                                                                (vs. 1-3)
 
Deze vorst heeft gezag door karakter, aanzien door beleid.
Energie- en landbouwbeleid: ecologisch verantwoord.
Werkgelegenheidsbeleid: hoop voor de stad.
Minderhedenbeleid en herstelbetalingen: eindelijk gerechtigheid.
Onderwijs- en kunstbeleid: toekomstvisie.
Het gezin is bouwsteen van de maatschappij; gevangenissen zijn bijna leeg.
En dat met afnemende bureaucratie en wereldwijd culturele variatie.
Zo wordt op de Balkan en voor de Koerden, in Tsjetsjenië en Rwanda, duurzame vrede realiteit.
 
Deze vorst wordt publiekelijk geliefd, zijn God internationaal geëerd.                                       (vs. 4-5)
Zijn ministers, ambassadeurs en bevelhebbers voeren beleid in de geest van hun vorst:
als voorbeeldvaders en –moeders, als ware rentmeesters hiërarchisch: eer gevend aan God,
zorg dragend voor hun onderdanen, vergevend allen die erom vragen.                                          (vs. 6-8)
 
Dit vrederijk overtreft alle verwachtingen, het vervult alle behoeften, is vorstelijk in alle opzichten.
Dit is typisch God.                                                                                                                   (vs. 9)
 
 
 

Gebed 2067                                                                                                                   
 
De volken in het vrederijk

 
Dat de volken U loven, o God, dat alle volken U loven!                                        (v. 3/5)
 
God, wees ons genadig en zegen ons.
Dat u ons tot hier hebt geleid, we hebben het niet verdiend. Maar om wie u bent, en volgens uw plan,
bevestig ons door uw goedheid en gunst, door uw zegen en zorg.                      (v. 1)
Wij, volken, willen u kennen als Schepper, erkennen als Herschepper, als God en leider,
als vorst en rechter, als genezer en vader.                                                                              (v. 2)
 
Dat Afrika u erkent, o God, dat Europa u belijdt!                                                    (v. 3/5)
 
Laat Brazilië voor u zingen, India spelen op de fluit; laten Zoeloes en Fijians voor u drummen,
Spanjaarden en Oeigoeren voor u dansen.
Laat Roemenen bouwers zijn, Oezbeken gastheer, Koreanen en Slowaken ceremoniemeester.
Laat Duitse geleerden uw grootheid onderzoeken, Franse filosofen u roemen om uw schoonheid,
Russische schrijvers voorlezen over uw ondoorgrondelijke heerschappij.
Laat Koerden vertellen hoe ze land kregen, Serviërs hoe ze uit hun isolement kwamen; l
aat Zwarte Amerikanen getuigen hoe ze hun plaats kregen, Aboriginals hoe ze genazen.(v. 4)
 
Dat Azië u verheerlijkt, o God, dat Australië zich voor u buigt                                   (v. 3/5)
 
En dank, God, voor de oogsten, voor de visvangst en de vogelstand; voor herstel van ecologisch evenwicht!
Er zijn weer rijke oogsten, zonder genetisch gemanipuleerd zaad, nieuwe vruchtbomen, zonder pesticiden,
het aantal grote grazers neemt weer toe, zonder overbegrazing.
Er zijn medicijnen uit kruiden, zonder bijwerking, landbouw, zonder sprinkhanenplagen, en veeteelt, zonder vogelgriep.
Werkelijk, uw zorg en zegen zijn overvloedig over ons.                                               (v. 6)
 
Dat Noord Amerika u zoekt, o God, dat Zuid Amerika u viert!                                    (v. 3/5)
 
God, als we met deze vrede u nóg niet zouden erkennen, met deze zegen u niet zouden dienen,
met deze maatschappelijke opbloei u niet zouden belijden, met ontzag voor u buigen.      (v. 7)
 
God, laat Afrika u erkennen, Europa u belijden, Noord Amerika u zoeken,
                       Zuid Amerika u vieren, Azië u verheerlijken, Australië over u juichen!    
                                      (v. 3/5)
 

 
 

 
 Gebed  2047                                                                                                                                            
De God van het vrederijk


 
Alle volken, een applaus voor God; alle naties, een spetterend feest voor God, machtig als hij is,
overtuigend, ontzagwekkend.                              (vs 1-2)
 
God bestuurt mondiaal het machtsevenwicht en… verheft Israël boven alle naties, garandeert haar grenzen,
verkiest haar als geliefde.                                                              (vs 3-4)
 
Hij is de God der goden, erkend als Schepper, geprezen als Herschepper door koningen en presidenten,
politici en opinieleiders, geleerden en artiesten: ”Hij is God, de enige; hem eren en volgen wij”.               (vs 5-7)
 
God regeert hemel en aarde, bestuurt politiek en natuur, beheerst leven en dood, bepaalt geschiedenis en geluk.                 (vs 8)
 
Noord-Amerika met je rijkdom, Europa met je reputatie, Zuid-Amerika met je vrolijkheid, Afrika met je autoriteit,
Azië met je waardigheid, Australië met je toewijding,
sta eensgezind tot zijn beschikking, wacht nederig op zijn leiding en juich hem vol eerbied toe: “U bent heilig en goed”.                         (vs 9)
 

 
 

Gebed 2048 
 
God van de stad

 
Als een heerlijke stad op een heilige berg, zo is God.
Vorstelijk als een paleis, stoer als een burcht, zo is God.                                        (v 2,4)
Een wereldstad, een metropool,
onverzettelijk, verheven, schitterend, op die berg.                                              (v 3)
 
Een wetenschappelijk forum in Leiden zweeg verlegen,
 een Parijs’ kunstenaarscollectief verbleekte,
 het industrieel conglomeraat uit Delhi legde het af,
 de economische supermacht Tokio ging failliet,
 de militaire coalitie van Teheran werd verbrijzeld,
 het politiek machtsblok Washington smeekte om vrede;
intimidatie uit Damascus, mediabeleid uit Los Angeles, antisemitisme uit Moskou,
vooroordeel uit Brussel, de schrik Gods bracht ze tot zwijgen.                                         (v 5-8)
Zoals God had voorzegd, zoals we geloofden, tegen de verwachting in,
ondanks stedelijke waan, bevestigt God deze stad.                                                                             (v 9)
 
Zo vestigt U uw naam en roem, uw internationale reputatie en wereldfaam, uw interculturele verzoening en volkenrecht.       (v 10-11)
 
Laten Seattle en Sydney zich met Jeruzalem verheugen, Bogota en Beijing zich aan haar spiegelen,                                 (v 12)
laten die haar architectuur en stadsuitleg onderzoeken, haar verkeersplan en sociale infrastructuur,
haar politieverordening en bouwvoorschrift, haar universiteiten en bijscholingsfaciliteiten, haar culturele programma’s en inburgeringsbeleid,
haar rechtspraak en reclasseringsaanpak, zodat elke stad zal zeggen:
“Zo is God,
      zo is de God van Jeruzalem; zo is onze God.
      Aan die God is ons stadsleven gewijd”.                                                              (v 13-15)

 
 
 

Gebed 2072                                                                                                                                 

Geschiedenis vervuld                     

Bij de troonsafstand van David ten behoeve van zijn opvolger Jezus Messias.                 (vs. 1a, 20)
 
O God, bevestig deze koning als waardig en rechtmatig. (vs. 1b)
 
Is hij niet waarlijk vorst?
Met visionair beleid voor stad en land, voor landbouw en industrie, wetenschap en kunst, diensten en sport.
Bijstandsmoeders en vluchtelingen ontspannen, corrupten vliegen de laan uit. (vs. 2-4)
Dit zevende millennium wordt een duizendjarige lente, met leven in overvloed van pool tot pool,
met ecologische en sociale duurzaamheid, zonder roofbouw of vervuiling, zonder ziekte of abortus,
zonder vluchtelingen en discriminatie.      (v. 5-8)
Arabieren buigen voor Jeruzalem; Afrikanen maken er hun opwachting, Noord Amerika en Japan wachten op orders;
Europa ontvangt onderwijs, Azië dient met haar economieën; Latijns Amerika biedt dansend vriendschap aan;
Australië’s leger staat paraat.
 
Deze vorst is koning der koningen en presidenten, staatshoofd van het Gemenebest Israël. (v. 9-11)
Deze vorst is ook rechter en bevrijder van de armen, hun verdediger en voorvechter, hun raadgever en trooster.
Hij zet zich in voor gemarginaliseerden en gediscrimineerden; als een vader adviseert hij hen,
als een terriër verdedigt hij hen.                (v. 12-14)
Zijn hoofdstad Jeruzalem heeft de pracht van Machu Picchu, Zimbabwe en Gizeh, van Petersburg en Venetië,
van Amsterdam en Praag, zoveel macht, maar zonder machtsmisbruik; zoveel schoonheid, maar zonder decadentie.
Deze vorst bewerkt eindelijk vrede op aarde, naar Gods ontwerp, in Gods uitvoering.
 
Zulk koningschap is het hoogtepunt van de geschiedenis, zelfs de vervulling van de geschiedenis.                                   (vs. 15-17)
De God der goden in de hemel benoemde zijn Zoon tot Koning der koningen te Jeruzalem.
Ook daartoe is hij gestorven en opgestaan!
Zelfs zijn ministers en ambassadeurs: om met hem te regeren zijn ze gestorven en opgestaan!
Zo wordt alles vervuld. De geschiedenis van de mensenkinderen komt tot haar einde, het bouwen en bewaren,
natuur en techniek, zelfs zon en maan.
Het vergankelijke doet dan onvergankelijkheid aan; alleen het onvergankelijke kan blijven.

Na zesduizend jaar streven naar éénwereldregering, na deze duizend jaar met Christus als koning,
eindigt de tijd en wordt het weer eeuwigheid, met Christus als bruidegom.
Waarlijk, dit is groots en goddelijk, dit is overtuigend en totaal. Zo is het en zo zal het zijn.
God is indrukwekkend. De wereld erkent het: zo is het en zo zal het zijn.                      (vs. 5,18-19)

 

Gebed 2045 

Een musical
Componist:      Salomo
Decor:              De nieuwe schepping
Zangers:          Jezus Messias als                   Verheven Bruidegom
                        Koningen en presidenten als     bruidegommen
                        Jeruzalem als                          Verheven Bruid
                        Wereldsteden als                     bruiden
                        Stammen, volken, staten als     bruidsmeisjes
Handeling        In eeuwige beurtzang (met 10- en 12-stemmige Gregoriaanse koren was hier al naar getast)
wordt het verbond met alle volken (Zach 11:4-13, Openb 21:3) gevierd.

Eeuwigheid voorspeeld

(Notitie van de componist:)
Mijn hart trilt; ik kan niet zwijgen. Maar kan ik dit: een liefdeslied schrijven voor God, en voor de eeuwigheid?
Als het vergankelijke onvergankelijkheid heeft aangedaan, wat is dan staat en stad, wat is zelfs verheugen en vieren?
Wat kan een liefdeslied zijn als allen ZIJN?
Mijn hart trilt; dit beweegt mij ten diepste; dit moeten alle volken en hun vorsten, alle staten en hun steden, weten.         (v 1-2, 18)
 
Lied van de Verheven Bruid tot de Verheven Bruidegom:
Schitterende Bruidegom, Allerliefste. “Zoon des mensen” werd je genoemd,
maar zoveel mooier ben je dan de mensenkinderen, zo vol genade en waarheid,
zo adellijk en liefelijk, zo goddelijk en God.        
                                                                                         (v 3)
 
Lied van de bruidegommen tot de Verheven Bruidegom:
Goddelijke Bruidegom, u verkondigt waarheid, gaat voor in ootmoed, handhaaft recht, danst vreugde, viert schoonheid.
Nog steeds wist u de laatste tranen der volken, ontvouwt u nieuwe inzichten, schept u nieuwe concepten,
ontwerpt u immer heerlijker liefde, verbaast u volken met uw majesteit.    
Hoe intens is deze viering. Blijf ons zo verbazen en ontroeren.                               (Openb 22:4, v 4-8a)
 
Lied van de bruiden tot de Verheven Bruidegom:
Goddelijke Bruidegom, wat bent u mooi; wat heerlijk van gestalte, wat een rijke entourage, gracieuze gewaden,
plechtige paleizen, statige hofhouding. En wat een adembenemende Bruid.
Wat een eer van God voor u; wat een eer en vreugde voor ons hier voor u te ZIJN.          (v 8b-10)
 
Lied van de Verheven Bruidegom tot de Verheven Bruid:
Mijn Jonkvrouw Dochter Jeruzalem, mijn liefste, mijn mooiste, vergeet de schaamte en de verwerping van je jeugd.
Ik wil ze niet noemen; vergeet ze want ze zijn vergeten.

Verheven ben je boven alle steden, heerlijker dan de metropolen.
In goud heb ik je gekleed, op edelgesteente gevestigd; eeuwig ben je bij mij; eeuwig BEN je.
(v 11, Openb 21:17-21)
 
Lied van de bruiden tot de Verheven Bruid:
Vrouwe Jeruzalem, dans en zing voor uw Bruidegom, wees uitgelaten bij hem, want u bent bewonderd en veilig, begeerd en geliefd.
Verheug u in hem en eer hem onbevangen. (v 12)
 
Lied van de bruiden en bruidsmeisjes onderling:
Zien jullie Vrouwe Jeruzalems bruidsjapon? Hoe ze gekleed is als een gouden stad met twaalf poorten?
Zien jullie haar gang? Hoe ze als uit de hemel neerdaalt?              (Openb 21:2)
Vrouwe Seoel en vrouwe Praag reciteren gedichten en de meisjes Honduras en Laos applaudisseren.
De meisjes Argentinië en Australië en de meisjes Canada en Kenia begeleiden de mime van Vrouwe Karachi.
Kijk, daar komen Vrouwe Moskou en Vrouwe Teheran met eerbetoon, en Vrouwe Los Angeles met een voorstelling.
Wat een wervelende dans van Vrouwe Sao Paulo met de meisjes Togo en Tibet op de drum.
 
 Ruiken jullie het reukwerk van Vrouwe Rome, horen jullie de gebeden der heiligen van Vrouwe Mekka?
Wat een statige eerbied van Vrouwe Kinshasa, wat een nederig buigen van Vrouwe New York;
wat een kleurig optreden van Vrouwe Kaapstad en een waardig nijgen van Vrouwe New Delhi.
Daar doen de meisjes van de Pacific en van Spanje een reidans, onder wiens leiding? Vrouwe Kingston!
Wat een vrolijke vreugde, wat een uitbundige uitgelatenheid; wat een klaterend lachen en een ontroerd opzien.     (v 13-16, Openb 21:24-26)
 
Lied van de bruidegommen tot de Verheven Bruidegom:
Ja, daarom maken de Stan-naties met vernieuwde culturen hun opwachting bij vrouwe Jeruzalem,
de Sub-Sahara stammen volgen met verloste dansen. Daar komen Indo-Germaanse volken met gereinigde democratieën,
en westerse staten met herstelde God-staat verhouding.
Wat een voorrecht met U het leven te vieren, wat een vreugde te zien wat eeuwigheidswaarde heeft.
Het vrederijk was heerlijk, maar dit is huwelijk. Na koningschap is dit bruidegomschap;
dit is verbondsleven, dit is totale bevrediging. Dit is een ongeremd en onstuimig ontdekken en beleven.
Dit is het leven in overvloed van stammen, staten en wereldsteden, van bruidsmeisjes, bruiden en bruidegommen,
onder leiding van Vrouwe Jeruzalem, oog in oog met de Bruidegom:
U BENT die u BENT; wij ZIJN nu die we bedoeld waren te ZIJN.
Een wonderlijke, eeuwige verrukking.                                                                      (v 17, Openb 21:24-26)
 

                                  
 

Webdesign and build by Gopublic