​Bidden bij Boeddhabeelden?

Auteur: Helene
Datum: 19-05-2014
Met ons gezin hebben we een paar jaren in Singapore gewoond. Toen Pieter in het begin van ons verblijf daar,
nog naïef, gewaarschuwd dat niet te doen, toch een foto maakte op een boeddhistische begraafplaats was het alsof op dat moment zijn hersenpan explodeerde. Hij schrééuwde het uit van pijn: “Jezus! help me, vergeef me” De pijn hield onmiddellijk op. We hebben die les wel ter harte genomen: we hebben nooit meer foto’s gemaakt van afgodsbeelden. We zijn ook nooit naar de tempels gegaan, of naar de optochten met demonische voorstellingen. Op een vraag van Pieter aan een stadsplanner daar waarom er op zulke willekeurige plekken zwarte doeken neergezet waren was het antwoord: ‘Daar hebben de goden zich gemanifesteerd’. Het boeddhisme is theoretisch dan wel een godsdienst zonder goden, maar in de praktijk roepen veel boeddhisten wel degelijk (hun huis-)goden aan.
Het ND vroeg enige tijd terug aan haar lezers hoe die het vinden dat we overal Boeddha beelden tegenkomen. De meeste mensen die op de vraag van het ND reageerden waren er heel kritisch over. Ik was te laat met mijn reactie, daarom geef ik hem hier.
Het Boeddhisme is een godsdienst die niet tot vrede en vrijheid leidt, maar tot gebondenheid. Ik vind het erg om in ons land steeds meer van die Boeddhabeelden, -koppen, -baby’s te zien. Rondom kerst zien we weinig meer artikelen die met de reden van het feest te maken hebben maar wel Boeddhabeelden. Veel mensen die regelmatig last hebben van allerlei kwaaltjes hebben zo’n beeld in huis/tuin staan. Zijn ze dan niet gewoon onschuldig? Nee, dat zijn ze niet. De beelden zijn doof, blind, stom en dood, vaak gewoon goedkoop cement in mallen gegooid, ja, echt waardeloos! Maar boze geesten zoeken er wel hun woning in, en dat is allesbehalve onschuldig. De afgoderij zelf is de reden dat God er vertoornd over is. Hij maakt in zijn woord ook heel duidelijk dat we daarmee zijn hulp en/of zegen in de weg staan. Ze neerzetten uit slaafs meedoen, of omdat je ze grappig vindt, is ook een vorm van aanbidding. In psalm 115 worden we gewaarschuwd dat degenen die (ze maken of) erop vertrouwen net zo zullen worden als die beelden. Dat kun je ook zien in gezichten van mensen die hier lang mee bezig zijn. Ik heb in het verleden wel geprobeerd de winkels waar zo’n beeld stond te vermijden, of ook wel die beeldjes omgedraaid, ze achter iets anders gezet, enz. Na een poosje stopte ik ermee, want wat hielp het? En klachten bij chefs worden altijd met een dooddoener afgedaan: ‘Ik zal het doorgeven’… maar zonder vervolg. Het gaf een gevoel van machteloosheid.
Maar toen ik een poos geleden bij Intratuin een uitstalling van meer dan twintig meter zag werd ik van binnen echt boos. Ik voelde me verontwaardigd: deze afgoderij (tenminste alleen al van mammon) is grievend voor de enige, waarachtige God. Ik kreeg op die dag een gedachte, die ik graag doorgeef. Ik heb toen tegen de Heer gezegd: “Ik wil proberen om elke keer wanneer ik weer zo’n stom beeld zie te bidden dat ‘…er vandaag iemand die in het boeddhisme gevangen zit tot een levend geloof in de Heer Jezus mag komen, en zo het echte leven zal vinden’. Dat is wat ik nu doe en het geeft me vreugde. En als ik soms gedachteloos langs zo’n beeld loop wordt ik er ter plekke aan herinnerd. God wil boeddhisten vrij maken uit hun gebondenheid. Zo’n beeld is nu voor mij een goede hulp om voor hen te bidden. Ik vertel het daarom ook door. We zijn niet overgeleverd aan deze trend. En ik geloof zeker dat wanneer veel Christenen dit gebed bidden de beelden ook verdwijnen; het wordt voor de boze dan contraproductief. 
 

Webdesign and build by Gopublic