|
|

DE VOLKEN GEROEPEN
een theologie over de volken en hun verlossing
van Pieter Bos
ISBN 9-78905-798205-7
Johannes Multimedia, Doorn, NL
SAMENVATTING
Hoofdstuk 1, 'Van individualiteit naar de heerlijkheid van
corporativiteit,' is verkennend.
Het zal de lezer verbazen hoe vaak en hoe nadrukkelijk de Bijbel over volken
spreekt. Zeven fundamentele Schriftgedeelten over volken worden behandeld.
De geschiedenis draait om volken: de belofte aan Abram, dat in hem alle volken
gezegend zouden zijn, wordt door de oudtestamentische profeten verkondigd,
door Satan tegengewerkt, door Jezus hersteld en vervuld, en moet door de
Gemeente worden verkondigd en toegepast: 'Maak de volken tot discipelen.'
Een speciale paragraaf gaat in op gevoelige kwesties rond definities. 'Volk'
wordt voorgesteld als soortnaam die 'stam' (verwantschapsnetwerk), 'volk'
(cultureel netwerk) en 'staat' (overheidsnetwerk) omvat.
Hoofdstuk 2, 'Volken zijn Personen, zelfs Gods geliefde
verbondspartners,' is theologisch van aard.
Volken zijn ‘corporatieve personen’, met dezelfde geestelijke verantwoordelijkheid
en mogelijkheden als individuen. Zowel individuele als corporatieve personen
spelen een rol in de hemelse gewesten. De kern van dit hoofdstuk en van het
hele boek (§ 2.4) is de ontdekking dat God een verbond had en wil hebben met
alle volken: dat Hij volken aanspreekt als 'Jonkvrouw, Dochter,' impliceert
een verbondsrelatie. Jezus' bevel om de volken tot discipelen te maken is
ook een verbondsopdracht.
Dit inzicht leidt tot twee 'tijdlijnen', een historische en een megahistorische
en kosmologische, die beide een ontzagwekkend uitzicht bieden op Gods
bedoelingen.
Hoofdstuk 3, 'God in kaart brengen: oog krijgen voor de corporatieve
identiteit van volken' heeft een openbaringskarakter.
Omdat volken personen zijn, moet het ons niet verbazen dat zij naar Gods beeld
geschapen zijn, net als individuen. Dit idee wordt uitgewerkt en geïllustreerd
vanuit de Bijbel. In negentien voorbeelden, waaronder Nederland, de VS, Rusland
en Brazilië, wordt de Corporatieve Identiteit
van volken gepresenteerd. Sommige van deze volken hebben een dienend karakter,
andere zijn leidinggevend of profetisch. De positieve kenmerken van deze volken
worden beschreven, hun zwakke kanten vanuit dat gezichtspunt geïnterpreteerd,
en er worden enige aanwijzingen gegeven hoe de Gemeente het instrument zou
kunnen zijn tot ‘innerlijke genezing’ op nationale schaal.
Hoofdstuk 4, 'De Volken/Verbondspartners agressief misleid en
gecorrumpeerd' is confronterend.
Na het bijbels materiaal in drie 'positieve' hoofdstukken uiteen te hebben
gezet, beschrijft hoofdstuk 4 de dynamieken die Gods bedoelingen dwarsbomen.
God verkiest samen te werken met de volken als verbondspartners; Satan haat
alle verbondspartners en verbondsdynamieken, en richt hierop zijn agressie.
Er worden negen 'valse verbonden' beschreven, alle van (inter)nationaal karakter
en zeer typerend voor de eenentwintigste eeuw. Als een wereldkaart zou worden
ingekleurd om aan te geven welke volken valse verbonden hebben gesloten, zou
er weinig wit overblijven! De meest agressieve onder deze valse verbonden zijn
het systeem van de Koningin des Hemels, de Vrijmetselarij en de Islam. De
'valse verbondspartners' worden besproken: de goden der volkeren, ook wel
territoriale geesten genoemd, elk met hun eenentwintigste-eeuwse tegenhanger.
Het meest invloedrijk, maar veelal onderbelicht, zijn het gebruik en misbruik
van 'geestelijke werktuigen' zoals verbonden, vloeken, tronen, bolwerken en
vrees, en hoe zij op het niveau van volken worden toegepast. Dit hoofdstuk
geeft een levendig beeld van de hartstochtelijke internationale jaloezie
die woedt in de hemelse gewesten.
Hoofdstuk 5, 'Op weg naar de verlossing van de volken; de Gemeente
aan zet,' geeft de toepassing van het voorgaande en is profetisch van
karakter.
Dit laatste hoofdstuk is bijzonder ernstig; het biedt indringend huiswerk
voor de Gemeente. Het bevat enkele adembenemende voorbeelden van moderne
volken die werkelijk een verbond met God hebben gesloten. Om een volk tot
discipel te maken is het nodig dat de Gemeente bemiddelt tussen God en ‘haar’
volk in een verbondssluiting. Ook moet de Gemeente een 'modelvolk' zijn, haar
volk innerlijke genezing en transformatie aanbieden en haar leiden in officiële
plaatsvervangende schuldbelijdenis voor historische corporatieve zonden; ze
moet corporatieve bolwerken neerhalen en geestelijke oorlog voeren. Zal de
Gemeente de opdracht om de volken tot discipelen te maken oppakken? Heeft
zij er visie voor? Is zij profetisch, radicaal als Elia en Johannes de Doper?
Is zij bestand tegen vervolging? Identificeert zij zich met Jezus’ verlangen
terug te komen?
[^ top]
|