HOME

Alle Nederlandse artikelen:

GEBEDSBEDEKKING VAN EEN GEBIED

HERSTEL VAN HET ALTAAR

HET KRUIS VAN JEZUS

SPIRITUAL MAPPING

KERK-STAAT VERHOUDING 3 (EU-Referendum)

KERK-STAAT VERHOUDING 4

EUROPA – AFRIKA; Indrukwekkende Conferentie

NARNIA: JA

GODEN DER VOLKEN

HER-MYTHOLOGISERING INTERNATIONALE POLITIEK?

UN-DUURZAAMHEIDS TOP IN JOHANNESBURG

IDENTIFICEREND SCHULDBELIJDEN

VASTEN, WAAROM?

EU: HUMANISME VERSUS “GOD”

DOORSTART GEBEDSBEWEGING

EUROPA, WAAROM DIE NAAM?

NBV, COMMENTAAR OP ÉÉN ASPECT

ZES LANDEN RIJNPROJECT

KERK-STAAT VERHOUDING 1

KERK-STAAT VERHOUDING 2

BOEK BOS ANTIDEMOCRATISCH?

DE OLYMPISCHE SPELEN

SURINAME paper

VERZOENING MET NATIVE AMERICANS

Obama 1: Obama en het leven

Obama 2: Door Obama een les voor de kerk

MONDIALE SCHUDDINGEN I

MONDIALE SCHUDDINGEN II

DE ANDERE AGENDA VAN DE DALAI LAMA

OOK TOPCONFERENTIES IN DE BIJBEL GAAN OVER VOLKEN

JEZUS KOMT - drie voordrachten

Belijden van de zonden van je land?

BIDDEN VOOR HOOGGEPLAATSTEN

 

 

KERK-STAAT VERHOUDING 1

by: Pieter Bos
date: 12/3/2007
Category: Society

1 KERK-STAAT VERHOUDING OF GOD-GEMEENTE-STAAT VERHOUDING? 1)
Tekst downloaden?
Klik op
deze link.

Vier artikelen over de kerk-staat verhouding; waarom?
Zie de OVERZICHT en CONCLUSIES van de hele serie.

1.0 Samenvatting artikel 1:
De kerk was, in wisselende kerk-staat verhoudingen, een machtsfactor van belang. De kerk in onze tijd is in feite gemarginaliseerd. Betekent dit het einde van de kerk-staat verhouding? Nee, want het is niet het duo kerk-staat, maar het trio God-Gemeente-staat dat de diskussie over de kerk-staat verhouding moet bepalen. In dat trio vervult de Gemeente de rol van bemiddelaar, als "geestelijk lichaam" dat "met Christus regeert" door middel van voorbede, van betoon van kracht en van profetie.
De bekende zendingsopdracht volken tot discipelvolken te maken stelt God en Gemeente en staat in de juiste onderlinge verhouding. Deze artikelenreeks biedt van daaruit een theologische positiebepaling voor de kerk-staat verhouding.

1.1 Van altaar-kroon naar kerk-staat verhouding; de kerk komt op een vreemde plaats.
De discussie over de kerk-staat verhouding is maar niet een lastig stuk uit de westerse traditie, en het is ook niet zo dat het "allemaal met Constantijn is begonnen".
Het onderwerp kerk-staat verhouding betreft een wezenlijk element in de positie van de mens: wat is zijn verhouding tussen zijn geestelijke en tot zijn wereldlijke overheid; waarom lijken geestelijke en wereldlijke overheid of vriend of vijand van elkaar te moeten zijn; wat is eigenlijk overheid?
Voor alle mensen, met welke levensbeschouwing ook, zijn de concepten overheid en geestelijkheid onderling verbonden of tenminste levensbeschouwelijk geladen.
De concepten overheid en geestelijkheid volgen voor een bijbelgelovige uit de 'openbaring' van de verhouding Schepper-schepsel: God is geest en overheid. In het gelovig aanvaarden van de verhouding Schepper-schepsel leveren de concepten overheid en geestelijkheid niet een spanning op. In dat geloof verwachten we ook een spanningsloze verhouding tussen geestelijke en wereldse overheid, hoe weerbarstig de praktijk ook is
Andersgelovigen gebruiken andere 'openbaring' en komen tot andere oplossingen, van priesters die hun koning manipuleren tot "geen God en geen Meester" toe. In een multiculturele samenleving ontstaat zo een spannende en gecomliceerde discussie.
De mensheid staat voor de vraag: hoe verhouden zich de zichtbare en de onzichtbare overheid?

Reeds door Griekse denkers is gediscussieerd over het concept overheid, over de verhouding tussen de geestelijke, onzichtbare overheid, de goden, en de zichtbare overheid,: de discussie over de altaar-kroon verhouding.
Een van de kernpunten in die discussie was de aanname, dat eenheid rond het altaar een garantie of een vereiste was voor eenheid rond de kroon. In het Romeinse rijk, met zijn vele godsdiensten, is om deze reden de aanbidding van de keizer als staatsgodsdienst ingevoerd: deze eenheid van godsdienst zou de eenheid van het keizerrijk garanderen. 2)
Toen keizer Constantijn aan het in zijn tijd zeer manifest aanwezige christendom, aan zijn geloof, aan de kerk een plaats wilde geven, deed hij dat in dit denkkader. En zo verschoof, als het ware automatisch, de discussie van altaar-kroon verhouding naar kerk-staat verhouding. M.a.w.: een bestaand denkpatroon diende zich aan om een nieuwe realiteit te begrijpen; een werelds model werd geprobeerd vorm te zijn voor een geestelijke inhoud: daarmee kwam de "kerk" op een vreemde plaats; de "kerk" werd net zo zichtbaar als het altaar voorheen; de kerk kwam in plaats van het altaar met voorbijzien van haar openbaringskarakter.
Daardoor verdween de kerk als geestelijk en Geestvervuld lichaam (geleidelijk) uit het beeld en werd door de eeuwen in toenemende mate een maatschappelijk instituut van betekenis, heel zichtbaar, met hiërarchie, gebouwen en grondbezit, politieke invloed en soms zelfs met een leger. Kruistochten en godsdienstoorlogen bepaalden voor een niet onbelangrijk deel de Europese geschiedenis. Voor slavenhandel en kolonialisme werden zelfs theologische rationalisaties nodig gevonden.
Door de Verlichting en het daaruit volgende materialisme is in de 19de en 20ste eeuw het geestelijke uit het maatschappelijke beeld weg-gerationaliseerd en is de kerk meer en meer gemarginaliseerd, het modernisme. Daarin wordt het geloof beschouwd als een privé aangelegenheid; een publiek getuigenis wordt vaak als ongepast beschouwd, als niet politiek correct. Enkele jaren geleden klaagden een Nederlandse kardinaal en een synodesecretaris dat de kerk door de paarse regering werd gemarginaliseerd! 3) Zulk denken grijpt terug naar het verleden.
Einde altaar-kroon discussie? Einde kerk-staat verhouding?
De laatste tijd is de eeuwenoude discussie over de kerk-staat verhouding weer actueel. Is dat een reactie op ontzuiling en secularisatie? Op het opdringen van het New Age denken (seculier fundamentalisme)? Op het toenemen van normloos gedrag en 'zinloos geweld'? Op de discussie over de EU-toetreding van Turkije en over de naam van God wel of niet in de EU grondwet? Op de nieuwe en zeer nadrukkelijke internationale aanwezigheid van de Islam? Is het een uitdrukkingsvorm van post-modernisme?

1.2 Een afspraak over het woordgebruik.
Ook als de lezer het niet met me eens is, is het nodig dat hij/zij in ieder geval weet wat ik bedoel met de termen.
- kerk duidt op bestaande kerken, zowel "traditionele kerken" als "vrije gemeenten."
- Gemeente (met hoofdletter) doelt niet op een denominatie of een oecumenisch platform, in het zichtbare, maar op het geestelijke "Lichaam van Christus," zoals het bedoeld is; zie daarover 1.4.
- staat (natie): het 19de eeuwse begrip voor een geopolitieke eenheid.
- "volken" : Psalm 117 zegt: "Looft de HEER al gij volken, prijst Hem al gij natiën." Bedoelt de psalmist dat de volken God moeten loven (niet prijzen) en dat de naties God moeten prijzen (niet loven)? Natuurlijk niet. Dit is één van de vele voorbeelden in OT en NT waaruit blijkt dat we de termen stam, volk, natie, staat, koninkrijk, stad in het bijbels woordgebruik niet 'met academische bril' moeten lezen (de vertaling uit het Hebreeuws en het Grieks zou dat trouwens ook niet ondersteunen). Stam, volk, natie, staat, koninkrijk, stad zijn "groepen-met-groeps-leven," "corporatieve entiteiten," die God allen (ik beschouw ze als corporatieve personen) en voortdurend aanspreekt op hun verantwoordelijkheid bestemming. In de meeste gevallen zijn de woorden in hun bijbelse context onderling uitwisselbaar. Ik onderscheid nadrukkelijk stam (bloedverwantschaps-groepering), volk (culturele groepering) en staat (politieke groepering), ook al mogen we dat niet in de bijbelse tekst inlezen. Als verzamelwoord gebruik ik kortweg "volken" . 4)

1.3 De stelling: van kerk-staat naar God-staat verhouding.
Toen Jezus zei: "Gij zijt het zout der aarde," doelde hij wel degelijk op "een verhouding tussen kerk en staat", namelijk op een specifieke invloed van zijn volgelingen op hun volk/natie. Welke?
In de loop van de geschiedenis is in het samenspel van kerk en staat God in feite vervangen door de geïnstitutionaliseerde kerk. Daarbij raakte God zelf in feite buiten beeld; de "vertegenwoordiger van God op aarde" heeft spoedig God verduisterd.
Echter, de door God bedoelde kerk-staat verhouding kan ten diepste alleen worden begrepen in het licht van het trio God-Gemeente-staat.
Wanneer de kerk als maatschappelijk-politiek lichaam functioneert, zal ze God verduisteren, omdat Hij geest is. Wanneer de Gemeente naar haar bedoeling een geestelijk lichaam is
(ook al heeft ze een zichtbare aanwezigheid), kan ze bemiddelen tussen de zichtbare staat en God, die geest is.
Dit leidt tot de centrale stelling, die in deze studie zal worden uitgelegd en uitgewerkt en toegepast:
Stelling:
Het gaat niet om de kerk-staat verhouding, maar om de God-Gemeente-staat verhouding; de Gemeente is daarin een "derde partij," een geestelijk lichaam dat bemiddelt
tussen God en de staat/stad, met als uiteindelijke doel het volk of de stad of staat in een verbondsrelatie met God te leiden.
Hierin spreek ik dus nadrukkelijk over drie partijen: God, Gemeente en volk/natie/stad. Het gaat niet primair om de kerk-staat verhouding, maar om de juiste God-staat verhouding: God gebiedt volken/staten hem te loven (Ps 117), stuurt profeten naar hen toe (Jeremia 28:8), confronteert hen met hun gedrag ten opzichte van elkaar (Amos 1-2) en ten opzichte van Israël (talloze malen), waarschuwt hen voor het oordeel (Jesaja 41:1). God verkiest Israël als voorbeeld voor alle andere volken. God nodigt de volken uit voor een verbond met Hem! 5) Jezus gebiedt de Gemeente (daarom) volken tot zijn discipel te maken (Matteüs 28:19). God wil dus een directe relatie, een en wel verbondrelatie, met de volken, met alle stammen, volken en staten, een directe God-staat verhouding! God, zelf de bron van het (volks-)leven, de zetel van macht, de bedenker van stam, volk, staat, stad, wil zelf een directe GOD-staat verhouding. Waar die notie niet expliciet wordt ingebracht in de discussie kerk-staat verhouding, lijken we aan te nemen dat de kerk het voor God moet regelen, en hebben we in de praktijk in feite God verduisterd.
Ten behoeve van die directe God-staat verhouding heeft hij, buiten het Griekse altaar-kroon debat om, de Gemeente gesticht als geestelijk lichaam, bedoeld om geestelijk te bemiddelen tussen God, die Geest is, en de staat/stad.
Dat alleen al moet ons overtuigen van een duidelijke scheiding van Gemeente en staat: de Gemeente is een geestelijk, bovennatuurlijk lichaam, de staat is een natuurlijk lichaam. Maar dat moet ons tevens op attent maken, en houden, op de voortdurende en inherente relatie geloof-politiek. Het geestelijke is niet van het politieke te scheiden. Ghandi heeft eens gezegd: wie probeert politiek en religie te scheiden heeft van geen van beide iets begrepen. Nog sterker, in hoofdstuk 4 kom ik tot de conclusie dat we op weg zijn naar een "her-mythologisering" van de internationale politiek.

De kerk heeft in belangrijke mate de God-staat verhouding geblokkeerd door onvoldoende als Gemeente te functioneren! Het feit dat de politiek is ontzuild en de maatschappij is geseculariseerd, betekent een nieuwe kans en uitdaging voor de Gemeente zich in te zetten voor de juiste God-staat verhouding. De Gemeente moet tussen die twee partijen actief bemiddelen, maar niet meer dan dat; ze moet niet God vervangen. 6)
Is dit theocratie? Niet op de manier die in de traditie van de protestantse kerken een rol heeft gespeeld op grond van art. 36 van de NGB. Ik ben het met Kuyper eens dat de staat niet verantwoordelijk is voor het geloven van haar onderdanen. 7)
Is dit theocratie? Een voorbeeld voor een juiste God-staat verhouding, slechts schijnbaar ver van de huidige politieke realiteit, is dat van Achab en Elia:
- God zoekt confrontatie met een volk (Israël) door 3 jaar droogte: God-staat verhouding.
- Elia bemiddelt door het overbrengen van die boodschap aan de koning; dat duurt niet langer dan een half uur. Dan is hij 3 jaar buiten beeld (in gebed bij de beek Krit en op stage in het buitenland. Daarna treedt hij weer één dag op, bij de berg Karmel: Gemeente-staat verhouding.
De bemiddelende rol van Elia is niet organisatorisch en in het zichtbare, maar geestelijk: in gebed en door confrontatie, maar met diepgaand maatschappelijk effect.
Meer praktisch voorbeelden verschaffen stromingen die de Constantijnse kerk-staat opvatting nog niet hadden, het vroege Christendom en het Keltisch Christendom, of die zich ontwikkelden los van die opvatting, de Waldenzen, de Moraviërs en de Anabaptisten (de drie laatste bewegingen hebben elkaar beïnvloed). Deze vijf stromingen stonden bekend om hun barmhartigheidswerk en maatschappelijk voorbeeld, die een contekst vormden voor zeer effectieve evangelisatie. Deze stromingen waren, met hun aanzetten van "volk tot discipel maken", in veel opzichten meer een zoutend zout dan de "kerk". In hoofdstuk 2 geef ik veertien voorbeelden uit tien naties die het realiteitsgehalte hiervan voor de 21ste eeuw zullen illustreren.

1.4 De Gemeente als geestelijk lichaam.
Wanneer de kerk geen zout der aarde meer is, dan 'dient het ook nergens meer toe, dan om weggeworpen en door de mensen vertreden en gemarginaliseerd te worden' (vrij naar Matteüs 5:13).
Maar dat de kerk feitelijk is gemarginaliseerd, betekent niet dat God van zijn plannen afziet. Het betekent dat God, wat betreft zijn plannen met de naties, in de kerk maar een zwakke partner/bemiddelaar heeft. En het betekent ook dat zijn tegenstanders vrij spel hebben, ieder op weg naar hun eigen versie van een éénwereldregering (hfst 4).
Als de kerk is gemarginaliseerd, wat moet de kerk dan nog nastreven? Verdwijnen naar de meditatieruimte, naar de binnenkamer? Maatschappelijk "partner" zijn, bescheiden maar welbewust "meedenken" over normen en waarden? Noodhulp zijn in tijden van catastrofe? Sociaal samenbindend zijn in tijden van onrust? Cultuurdrager zijn, zoals de Orthodoxe Kerk in Oost-Europa? Dat allemaal misschien ook, maar dat is niet waarvoor de Gemeente is bedoeld!
Het "zoutend zout" zijn duidt niet in de eerste plaats op een zichtbaar instituut, op een erkende plaats, op een voldoen aan een maatschappelijke verwachting, op een lobbynetwerk, op een organisatiestructuur met politieke partij, of op een maatschappelijk vetorecht. De rol van zoutend zout zijn, of zuurdesem, of geestelijk lichaam, betreft het geestelijk functioneren van de Gemeente: zoutend, reinigend, conserverend, prikkelend te zijn en daardoor directief te zijn in de geestelijke dynamieken van de maatschappij, overal waar grondvragen en grondmotieven aan het begin van de discussie staan. De kerk heeft het in onze tijd druk met diensten voorbereiden en programma's uitvoeren, met intern pastoraat, met achterstallig onderhoud (aan zielen en gebouwen), met interne organisatie en streven naar eenheid en tenslotte (het lijkt: voor specialisten en bijzonder toegewijden) met evangelisatie, werelddiaconaat en gebed en maatschappelijk/politieke betrokkenheid.
Zijn dat wel de juiste prioriteiten? Vallen niet veel van deze activiteiten onder, wat in bedrijfstermen wordt genoemd, "interne organisatie"? In een bedrijf moeten deze minimaal zijn ten opzichte van het productieproces waarvoor en waardoor het bedrijf bestaat! Dat geldt voor de Gemeente ook. 8) Daarom spreek ik over "Gemeente, zoals ze bedoeld is. " Zo te spreken is een uitdaging voor bestaande kerken/denominaties, om hun bestemming voor ogen te houden en van maatschappelijk/politieke lobby te groeien naar geestelijke-participant-van-God-met-geestelijke-middelen.
De bestemming van de Gemeente is, in de kern samengevat, de "Grote Opdracht": "Maak alle volken tot discipelvolken." Niet: maak uit alle volken zo veel mogelijk discipelen, maar: maak alle volken, stammen, naties, staten en steden tot discipelvolken, discipelstammen, discipelnaties, discipelstaten en discipelsteden.
Dit krijgt dieper perspectief wanneer we twee historische geestelijke leidersconferenties vergelijken. In Lukas 4:5-6 lezen we over de geestelijke leidersconferentie Jezus-Satan. Voorzitter Satan stelt: Alle koninkrijken en hun heerlijkheid zijn mij gegeven en ik geef die aan wie ik wil..." Jezus spreekt dat op dat moment niet tegen, erkent zelf later meerdere malen Satan als 'overste der wereld.' Maar hij komt er in een volgende geestelijke leidersconferentie wel op terug, namelijk als hij met de discipelen vergadert voor zijn hemelvaart: "NU, na het kruis, is MIJ gegeven alle macht over engelen en over alle volken, maar de volken en koninkrijken weten dat nog niet, daarom, ga heen en vertel het alle volken, zodat ze van nu aan mij gaan volgen; Ik geef aan elk volk (stam, natie, staat, stad) een Gemeente, zodat die Gemeente dat volk (...) voor mijn troon zal brengen." (vrij naar Matteüs 28:19).
De geestelijke en politieke leiders van deze wereld streven allen naar een éénwereldregering (hfst 4); Satan al vanaf Babel, en nog steeds (Lukas 4), en in navolging van hem de Vrijmetselaars, de communisten, de Islamieten, de boeddhisten, de New Agers. En ze doen dat naar voorbeeld van, en in concurrentie met, Hem door wie de hemel en de aarde zijn gemaakt en aan Wie door het kruis alle macht is gegeven op aarde terug te komen als Koning der koningen, als wereldheerser vanuit Jeruzalem!
De Gemeente is er niet voor zichzelf, maar voor haar stad en haar natie. De Gemeente heeft als opdracht en doel die tot discipelstad en -natie te maken, als proefpolders voor de aanstaande éénwereldregering van Christus; de nodige interne organisatie moet op orde zijn met geen ander dan dat externe gééstelijke doel voor ogen. Het geestelijke is niet van het politieke te scheiden!

Als prototype voor de Gemeente, de Gemeente zoals ze bedoeld is, gebruikte ik het voorbeeld van Elia. Jezus verwijst naar "Elia zal komen en alles herstellen" (Matt 17:11), en in Openbaring ontmoeten we Elia als één van de "twee getuigen... die de natien pijnigen" (Openb 11:5-10). De taak van de Gemeente "in de kracht van Elia", confronterend en van maatschappelijke en internationale betekenis, is:
(1) voorbede brengt de staat/stad voor God: (incl. geestelijke strijd) voor "haar" volk of stad is de hoofdmoot (de "drie jaar"); Gods huis moet zijn een huis van gebed voor alle volken (Jesaja 56:7).
(2) betoon van Gods kracht maakt God zichtbaar aan de staat/stad, aan de maatschappij: zieken genezen, bevrijdingsdienst, doden opwekken (volgens Jezus' nadrukkelijke opdracht, Matteüs 10:8 9) ), prayer stations, healing rooms, barmhartig-heidswerk, echtscheidingspreventie, daklozen- en verslaafden- en asielzoekershulp, rampenhulp, bescherming van het ongeboren leven, multiculturele kerk zijn, verzoening tussen de volken en rassen, natuurbescherming, ecologisch verantwoorde landbouw. Dit betoon van Gods kracht moet niet slechts "één dag" plaatsvinden maar, sinds de uitstorting van de Heilige Geest, voortdurend en krachtig en zeer publiek.
(3) profetie confronteert de staat/stad met God, namelijk het als Gemeente bemiddelen tussen God en maatschappij, christelijk-politiek engagement, nationale verzoening en uiteindelijk, binnen de ruimte van een multiculturele samenleving, tot een contract of verbond tussen die twee partijen: de finale God-staat verhouding!
Dat de Gemeente "geestelijk lichaam" is betekent niet dat ze onzichtbaar is; ze heeft een vorm en organisatie nodig. Maar die vorm moet ondergeschikt zijn aan het "productieproces" van voorbede, betoon van Gods kracht en profetie. Zo bereidt de Gemeente de staat/stad voor om een verbond met God te sluiten, zodat de staat/stad zich kan voorbereiden op de komst van de Koning.
De interne organisatie van de Gemeente moet daarop gericht en daaraan ondergeschikt zijn. Het bemiddelen als geestelijk lichaam moet zijn "in de kracht Elia": de staat/stad voor God brengen, God zichtbaar maken aan de staat/stad, de staat/stad met God confronteren.
Is dit theocratie? In zekere zin wel. Maar niet door partijpolitiek of enige vorm van lobby. Het gebeurt binnen de grondwettelijke en electorale ruimte (zie ook § 2.3) en door geïnspireerd gebed, door een revolutionair veranderde Gemeente, die, zonder een spoor van traditie, een geestelijk lichaam is! Lees over het optreden van de Twee Getuigen in Openbaringaring 11; dat is het enige prototype dat voorhanden is. Dit is de zendingsopdracht! Toch? Daartoe belooft Jezus bij ons te zijn!

1.5 De zendingsopdracht heeft het altijd al gezegd.
In de bekende "zendingsopdracht" (Matteüs 28:18-20) plaatst Jezus de Gemeente en de staat in de juiste onderlinge verhouding. Zijn opdracht aan de Gemeente vatte hij aldus samen:
"Maak alle volken tot mijn discipelen... hen dopende... en leer hen te onderhouden... Ik ben met u..." Met andere woorden:
"Jij, Gemeente, bent verantwoordelijk voor de juiste God-staat relatie van jouw staat/stad, namelijk die van volgeling van Mij (discipel) en natie-verbondspartner van Mij (dopeling), die Mij gehoorzaamt
(m.n. in zakenleven, onderwijs en media), met het oog op mijn terugkomst als Koning!
Met nog andere woorden: Ik geef aan iedere stam en volk en natie een Gemeente om "haar" stam en volk en natie vanuit een of andere babylonisch relatie in een verbondsrelatie met Mij te brengen."
God wil niet verscholen raken achter een kerk-staat verhouding. Hij wil een directe God-staat verhouding.
- De Gemeente moet leren hoe te "bemiddelen" tussen God en de staat, als derde partij in het trio God-Gemeente-staat, niet met legers en lobbies (en christelijke partijen), zoals de kerk eeuwenlang heeft gedaan, maar geestelijk, door voorbede, door betoon van Gods liefde en kracht en door profetie, met het oog op een verbond God-staat! 10)
- De Gemeente moet onderkennen, dat de suggestie "geloof is privé" in feite een domineren is van een ander geloof: het humanisme. De suggesties "geloof is voor de binnenkamer... je mag niemand iets opdringen... evangeliseren is aantasten van de maatschappelijke opbouw..." zijn intimiderend, maar leugenachtig. Inderdaad, voorbede (en geestelijke strijd) is voor de binnenkamer; maar betoon van kracht is juist heel en voortdurend zichtbaar; en profetie is hoorbaar, en niet "politiek correct"!
- De Gemeente moet onderkennen, dat de suggestie "de resten van het christendom uit het publieke leven verwijderen" in feite een domineren is van een ander geloof: het New Age denken (seculier fundamentalisme). 11) We kunnen niet aan de CDA, CU of SGP overlaten daar iets aan te doen. De Gemeente heeft als (hoofd)taak dat soort suggesties met voorbede te weerstaan, een halt toe te roepen, en de weg vrij te maken en te houden voor een verbond van de stad of natie met God.
- De Gemeente heeft ook als taak haar leden op te leiden om hun plaats krachtig en visionair (de visie is het komende Koninkrijk) in te nemen in de maatschappij, in het bijzonder in het zakenleven, in het onderwijs en in de media. 12) Dat zijn drie primaire zendingsvelden van onze tijd, waar op 't ogenblik, m.n. door Mammon en het New Age denken, de belangrijkste beslissingen voor de toekomst worden genomen. Dat de kerk dat nog niet heeft ontdekt, is er mede de oorzaak van dat ze is gemarginaliseerd.
- De Gemeente mag zich niet in de hoek laten drukken van (al of niet gelijkwaardige) "maatschappelijke partner" of van sociaal samenbindende factor. Want nogmaals, ze is bestemd om als geestelijke partner van Christus met Hem te regeren door voorbede, door betoon van Gods liefde en kracht en door profetie, en daardoor directief in te spelen op de geestelijke dynamieken in de maatschappij.

Dit is niet verheven geestelijke taal, of een achterhaald theocratisch denken, maar een opdracht tot geestelijk handelen in de politieke, multiculturele werkelijkheid. Dáártoe zal Jezus bij ons zijn "tot aan de voleinding der wereld," ook nu in het begin van de 21ste eeuw.

Eindnoten:

  1. Deze studie is een uitwerking en toepassing van het praktische hoofdstuk 5 van mijn boek "De Volken Geroepen; een theologie van de volken en hun verlossing", St. Johannes Multimedia, Doorn, 2006. terug naar artikel
  2. Opmerkelijk is dat kort voor de opkomst van het Christendom twee andere "monotheismen" snel aan invloed wonnen: de verering van Cybile en van Isis, niet zonder support van het keizerrijk, vanwege het samenbindend effect (Rodney Stark, "Cities of God", HarperSanfrancisco, 2006). terug naar artikel
  3. Nederlands Dagblad, 7 maart 2001. terug naar artikel
  4. Zie voor een woordstudie en een argumentatie: § 1.6 van "De Volken Geroepen." terug naar artikel
  5. Dit is het hoofdthema van "De Volken Geroepen": God had een verbond met alle volken, genaamd Lieflijkheid (Zach 11:10), een door meerdere recensenten een "baanbrekende" ontdekking genoemd, en Hij wil een nieuw verbond met alle volken. Dit is een centraal, maar tot voor kort nauwelijks behandeld, thema in OT en NT. terug naar artikel
  6. Er is hier een onmiddellijke parallel tussen een 'volk' en een individu. De laatste is niet bedoeld "kerk-christen" te zijn (kerkelijk gedoopt en getrouwd, maar zonder relatie met God, vertrouwend dat de kerk wel bemiddelt voor hem), maar "weder-geboren christen" te zijn (met een persoonlijke relatie met God door Jezus). Zo ook een volk of staat. terug naar artikel
  7. Over art. 36 van de NGB is meer dan 100 jaar gediscussieerd, totdat de beruchte "21 woorden" in 1905 door de Gereformeerde synode zijn geschrapt: nl. dat de overheid moet "...weren en uitroeien alle afgoderij en valse godsdienst..." Zie de zorgvuldige behandeling van dit onderwerp de dissertatie van K. Van der Zwaag, "Onverkort of gekortwiekt? Art. 35 van de NGB en de spanning tussen overheid en religie. Een systematisch-historische interpretatie van een 'omstreden' geloofsartikel" (Groen, Heerenveen, 1999). terug naar artikel
  8. Wanneer onder de leiding van de Heilige Geest aan het hoofddoel wordt gewerkt, is er waarschijnlijk veel minder "intern onderhoud" nodig. terug naar artikel
  9. In deze opdracht ligt de nadruk op de manifestatie van Gods kracht, niet van goedbedoelde menselijke inzet, maar van Gods bovennatuurlijke kracht. In het getuigenis van transformation in de stad Paranaqui, Filippijnen, wordt gemeld dat christelijke ambtenaren vele malen dromen kregen met aanwijzingen hoe te handelen in hun functie: God maakt zichzelf zichtbaar aan de staat/stad. Zie ook de video's Transformation " 1 en 2 van de Sentinel groep. terug naar artikel
  10. De suggestie "absolute scheiding van kerk en staat hoort bij onze tijd", impliceert dat ook geloof uit de politiek kan/moet worden geweerd. Echter, kerk en staat zijn twee instituten, die gescheiden moeten optreden (volgens het principe van "soevereiniteit in eigen kring'). Daarentegen geloof en politiek zijn onafscheidelijk: elk geloof, welk dat ook is, leidt tot een of andere manier van politiek handelen. terug naar artikel
  11. Deze andersdenkenden maken natuurlijk ook gebruik van het discrediet dat de kerk door een aantal ernstige fouten in de geschiedenis heeft opgebouwd terug naar artikel
  12. Een completere lijst van maatschappijbepalende levenssferen is de volgende: zakenleven, onderwijs, media, gezin, gezondheidszorg, politiek, kunst/ /amusement,. Elk van deze levenssferen, en de lijst kan nog langer gemaakt worden, is in feite een zendingsveld, waar de Gemeente haar mensen moet trainen, inzetten en ondersteunen. terug naar artikel

[^ top]