HOME
Articles on Nations:
Alcohol Prayer Initiative 2009, New York
CAN EUROPE BE SAVED?
CHURCH SUPPORTING POLITICS
CONGO-KINSHASA, A REMARKABLE CONFERENCE
CORPORATE IDENTITY OF AFRICA
CORPORATE IDENTITY OF AMSTERDAM
CORPORATE IDENTITY OF AUSTRALIA
CORPORATE IDENTITY OF BELGIUM
CORPORATE IDENTITY OF BRAZIL
CORPORATE IDENTITY OF FRANCE
CORPORATE IDENTITY OF HUNGARY
CORPORATE IDENTITY OF KOREA
CORPORATE IDENTITY OF SOUTH AFRICA
CORPORATE IDENTITY of SWEDEN
CORPORATE IDENTITY OF THE USA
COVERING AN AREA WITH PRAYER
Dialogue with Jacques Ellul
DURBAN II ≈ EVIAN III; NEW ANTISEMITISM
EUROPA – AFRIKA; Indrukwekkende Conferentie
EUROPA – AFRIKA; verzoeningsconferentie dvd
EUROPE - AFRICA; Berlin Congo I: Hist. Overview
EUROPE - AFRICA; Berlin Congo II: Report
EUROPE - AFRICA; Neo-Imperialism
Gebed voor de koning
GEBEDSBEDEKKING VAN EEN GEBIED
GOD'S COVENANT WITH ALL NATIONS
HOW TO DEFEND WHICH BORDERS OF ISRAEL?
IDENTIFICEREND SCHULDBELIJDEN
ISRAEL’s RESPONSIBILITY 1
ISRAEL’s RESPONSIBILITY 2
ISRAEL’s RESPONSIBILITY 3
ISRAEL’s RESPONSIBILITY 4
JAMESTOWN APOLOGY
Landbelofte of staatbelofte?
LOVING THE CITY GOD'S WAY
MIRACLES AT CITY SCALE
NATIVE AMERICANS, THREE DRAMA'S
NESTOR AFRICAN PRESIDENTS FORGIVES EUROPE
SLAVERY AND HEALING
SPIRITUAL ASPECTS OF THE EUROPEAN UNION
SPIRITUAL MAPPING
SURINAME paper
THE CITY AS BEAUTIFUL AS SHE COULD BE
THE CITY, AND WHY CITY PRAYER?
TRANSFORMATIONS IN THE PACIFIC
TWO CITIES DEDICATED TO KING JESUS
ÜBERSETZUNG THE NATIONS CALLED
VERZOENING MET NATIVE AMERICANS
WHY IS AFRICA SO POOR?
ZES LANDEN RIJNPROJECT
ZONDER VERZOENING GEEN TOEKOMST
Articles on Society:
A REVEALING UN-MEETING
A strategic assault on this generation of children
BOEK BOS ANTIDEMOCRATISCH?
CHILDREN OF THE WORLD TARGETED
COPENHAGEN – Five questions
COPENHAGEN - No bread from stones
Copenhagen, where do we go from here?
DE ANDERE AGENDA VAN DE DALAI LAMA
DE OLYMPISCHE SPELEN
EU: HUMANISME VERSUS “GOD”
EUROPA, WAAROM DIE NAAM?
EUROPE, WHAT'S IN THE NAME?
EVROPA - CO SKRÝVÁ TO JMÉNO?
EYPΩΠH, TI KPYBETAI ΣTO ONOMA
HER-MYTHOLOGISERING INTERNATIONALE POLITIEK?
Informed intercession for the UN
Jezus dienaar van Moeder Aarde?
KERK-STAAT VERHOUDING 1
KERK-STAAT VERHOUDING 2
KERK-STAAT VERHOUDING 3 (EU-Referendum)
KERK-STAAT VERHOUDING 4
Massa op Malieveld; nee toch?
MICRO FINANCING AND GRACE
MONDIALE SCHUDDINGEN I
MONDIALE SCHUDDINGEN II
NARNIA: JA
Obama 1: Obama en het leven
Obama 2: Door Obama een les voor de kerk
PRAYING FOR THE G8
PULLING DOWN STRONGHOLDS
RE-MYTHOLOGISATION 0 OF INTERNATIONAL POLITICS?
RE-MYTHOLOGISATION 1: CHURCH-STATE/GOD-STATE
RE-MYTHOLOGISATION 2: GOD-STATE LINK IN OUR TIME
RE-MYTHOLOGISATION 3: EU AND UN “COVENANTS”
RE-MYTHOLOGISATION 4:GOD-STATE IN NEAR FUTURE
RE-MYTHOLOGISATION 5: WHAT ABOUT GOD’S MASTER PLAN
THINKING AND BELIEVING IN THE CHURCH
THINKING, BELIEVING AND SCIENCE
UN MARATHON
UN-CONFERENCES, GENERAL
UN-DUURZAAMHEIDS TOP IN JOHANNESBURG
WHAT HAPPENS AT UN CONFERENCES?
WORLD SUMMIT ON SUSTAINABLE DEVELOPMENT
Bible Studies:
A NATION AS A TREE?
Belijden van de zonden van je land?
BIDDEN VOOR HOOGGEPLAATSTEN
BLOED SCHREEUWT VAN DE AARDE
DOORSTART GEBEDSBEWEGING
GODEN DER VOLKEN
'GODS OF THE NATIONS'
HERSTEL VAN HET ALTAAR
HET KRUIS VAN JEZUS
JEZUS KOMT - drie voordrachten
NBV, COMMENTAAR OP ÉÉN ASPECT
OOK TOPCONFERENTIES IN DE BIJBEL GAAN OVER VOLKEN
SPIRITUAL AUTHORITY
THE CROSS OF JESUS
THE GLORY OF HIERARCHY
TITHING AND ETERNITY
VASTEN, WAAROM?
|
 |
|
HERSTEL VAN HET ALTAAR
by: Helene Bos
date: 4/20/2002
Category: Bible Studies
“Daarop herstelde hij het altaar des HEREN, dat omvergehaald was.”
Wanneer we de tien dagen, vanaf Hemelvaart tot Pinksteren, gaan vasten en bidden voor ons land hebben we, heb ik althans, er behoefte aan om een Schriftgedeelte te hebben om steeds naartoe terug te keren. Om mijn geest erdoor te laten motiveren, voeden, zodat mijn hart erdoor bewogen wordt. Ik wil huilen voor mijn land, tot God roepen om een keer in de geestelijke neergang die nu al zo lang duurt.
Ik werd geleid naar de geschiedenis van Elia in de konfrontatie met de onverschilligheid en apathie van het volk Israel op de Karmel, en in zijn konfrontatie met de demonische macht die dat volk onder zijn beslag had gekregen.
Er is een grote overeenkomst met wat er in Israel gebeurd was en gebeurde in de tijd van Elia en de ontwikkelingen in ons land.
Hoe onderwijst, vermaant, troost en bemoedigt Gods Woord ons wanneer we de gebeurtenissen die in 1 Koningen 16, 17 en 18 beschreven staan lezen?
De dagen van Achab, de tijd van Elia.
Elia zou op de Karmel een konfrontatie aan moeten gaan met het volk Israel dat vervallen was tot volkomen onverschilligheid en apathie ten aanzien van het volgen en dienen van de God van Israel. Dat weten wij, maar dat wist hij niet toen God hem naar de koning van Israel, Achab, zond. Achab was de zoon van Omri, die deed “wat kwaad was in de ogen des Heren, ja hij maakte het erger dan allen die voor hem geweest waren. Hij wandelde in al de wegen van Jerobeam,..., en in de zonde die deze Israel had doen bedrijven, zodat zij de HERE, de God van Israel, krenkten met hun ijdelheden”.
Er is een progressie in kwaad, wanneer we ons niet bekeren van zonde. Dat geldt voor individuele mensen, maar ook voor volken.
Achab bekeert zich niet van de zonden van zijn vader, doet geen schuldbelijdenis erover, zoals de HERE vermaant in Leviticus 26, en daarom deed hij” wat kwaad is in de ogen des HEREN, meer dan allen die voor hem geweest waren. Het minst erge was dat hij wandelde in de zonden van Jerobeam, ..., maar hij nam tot vrouw Izebel, de dochter van Etbaal, de koning der Sidoniers, en ging de Baal dienen en zich voor hem neerbuigen. Vervolgens richtte hij voor de Baal een altaar op in het huis van de Baal, dat hij te Samaria gebouwd had. Verder maakte Achab de gewijde paal; en Achab ging voort zo te handelen, dat hij de HERE, de God van Israel, meer krenkte dan alle koningen van Israel die voor hem geweest waren.”
De vader van Achab krenkte de HERE, de zoon bekeert zich daar niet van, en gaat een stap verder. De zonden van de vader verbleken bij wat de zoon doet. Die zijn a.h.w. “een opstap” naar de volgende zonde, die overtreft wat tot dan toe gebeurd is.
Zien we hier de overeenkomst met de geestelijke ontwikkelingen in ons land? Zeker, we kunnen de Heilige Geest zien werken in een aantal opzichten, en daar zijn we enorm dankbaar voor. Maar het aantal mensen dat zich voor Hem openstelt is numeriek in ons land heel klein, het aantal wedergeboren Christenen is nog kleiner. Het aantal mensen dat “niets met het geloof heeft” is groot. Velen die wel “wat geloven” zijn wel religieus, maar zijn niet wedergeboren en hebben niet een persoonlijke relatie met de HERE God, de Vader van de Here Jezus Christus, door en met de Zoon. Het “zout der aarde” is in Nederland (niet alleen, maar we bepalen ons nu tot ons land) zeer krachteloos geworden. God is uit veler leven en zeker uit het openbare leven verdwenen. We zijn geen christelijke natie meer.
“Door het bloed dat gij vergiet zijt gij schuldig, door de afgoden die gij maakt, zijt gij onrein”., Ezech. 22:3,4
Erger dan wat Achab deed door dezelfde zonden van zijn (voor)vaders te begaan, in overtreffende trap, is het feit dat hij trouwt met Izebel. Dat wil zeggen: hij gaat een verbondsrelatie met haar aan. Huwelijksverbond symboliseert het verbond dat God met Zijn volk wil sluiten, en God neemt dat bloed-ernstig. Izebel is de dochter van een koning over een gebied waar Baal en Astarte gediend werden. De koning heeft de naam van de heidense afgod die hij dient gekregen (of aangenomen), en is kennelijk onder diens invloed. Izebel vereert zelf ook Astarte, gesymboliseerd in de Asjera, de gewijde paal. Door dit verbond met Izebel krijgt Achab deel aan haar onreinheid, en komt die onreinheid ook over hem, meer dan die al over hem was.
Baal is in Nieuw Testamentische termen, een “overheid, een wereldbeheerser der duisternis” , en vertegenwoordigt Satan. Astarte is de Kanaanitische naam voor de koningin des hemels (Jer. 7:18; 44:17). Zij werd na de torenbouw van Babel over de hele wereld vereerd, dikwijls met haar kind als een “goddelijk moeder-kind’ paar, onder vele namen. De dienst aan Baal en Astarte was/is een vruchtbaarheidsgodsdienst, die gepaard gaat met de aanbidding van zon en/of maan, met een samenwerken met de duisternis in occulte werken, met toverijen, vele offeranden, met sterke sexuele immoraliteit tot in orgien toe, die uitmondden in bloedoffers als de kinderen die uit de immoraliteit geboren werden aan Moloch geofferd werden. De koningin des hemels heeft, als gezegd, vele namen. De vrijmetselaars vereren haar als Isis. In de Rooms- Katholieke en Orthodoxe kerken wordt ze door velen, misleid, in de overtuiging dat ze met de moeder van Jezus te maken hebben, vereerd als Maria. In onze tijd is ze ook bekend als “de godin” die door New Agers aanbeden wordt. Als Gaia, moeder aarde, wordt de aanbidding van en dienst aan haar door de Verenigde Naties gestimuleerd. Allerlei wetten die uit de VN-koker komen en waaraan Nederland zich door ratificatie onderschikt heeft, hebben ten diepste als doel de aanbidding van de koningin des hemels wereldwijd tot verplichte godsdienst te maken. (Ik verwijs hier naar het rapport over de koningin des hemels, waarin ik uitgebreid inga op deze afgoderij.)
Nederland nu is onder dezelfde macht als die heerste over Israel in de “dagen van Elia”.
De koers die het paarse kabinet gevaren heeft is diepgaand beinvloed door de invloed van dezelfde geestelijke overheid, en wereldbeheerser der duisternis. Deze ontwikkeling kwam niet uit de lucht vallen, de geschiedenis van ons land in de vorige eeuw(en) laat ook een progressie in schuld en afval zien, die de deur voor “paars” opende. De zedelijkheidswetgeving waarin (opzettelijk) geprobeerd is christelijke waarden te verwijderen heeft velen in ons land een “geestelijke permissie” gegeven tot immoraliteit, tot diepe perversies toe. Ministers die prat gaan op hun immorele leven zijn een verderfelijk voorbeeld voor degenen waarover ze gesteld zijn. De vele kinderen die geofferd zijn in o.a. abortus (ook het doden van babies na de geboorte door ze opzettelijk te verwaarlozen), de mensenoffers die vallen in euthanasie, dat zijn bloedoffers die de koningin des hemels steeds meer, dus progressief, invloed, kracht verschaffen. Het hoeft niet te verbazen dat zo’n regering gemakkelijk eerder gedane beloften verbreekt, dus onbetrouwbaar is, dat er in de hele maatschappij corruptie naar boven komt (van stelende politieagenten tot omgekochte ambtenaren), dat het doden van anderen in het echt of in computerspelen, of in films, een onbelangrijke sinecure wordt.
Er zijn heel veel andere gevolgen van de invloed die de wereldbeheerser der duisternis heeft. Ouders weten niet hoe ze hun kinderen moeten opvoeden, de vele onhandelbare kinderen worden als “etters” betiteld (terminologie van staatssecretaris Kalsbeek voor kinderen die niet opgevoed worden door ouders die zelf geestelijk verwaarloosd zijn door hun ouders), jonge kinderen stelen, verkrachten en doden, een aantal leerkrachten gaan zich te buiten aan leerlingen, anderen gaan zich steeds meer bedreigd voelen. In de kerken maken dominees en gemeenteleden die niet eens tot het Lichaam van Christus behoren omdat ze niet wedergeboren zijn, toch de dienst uit. Veel “kunst” is ontaard. De zorg voor behoeftigen is ondergeschikt gemaakt aan de zorg voor “moeder aarde”, (waarop niet zo veel mensen mogen wonen), aandeelhouders en veel managers dienen Mammon (dat gaat altijd samen met de dienst aan de koningin des hemels) en hebben geen zorg voor de werkers in de bedrijven waaraan ze zich verrijken.
Een ander, belangrijk effect van de dienst aan de k.d.h. is dat alle godsdiensten als gelijkwaardig worden beschouwd. De godsdienst is dan iets wat mensen zichzelf maken, of waarin ze kunnen kiezen. Het zicht op absolute waarheid, geopenbaard door een absolute God, is verdwenen. Kinderen leren dat het Christendom maar een van de vele godsdiensten is, en bovendien is God niet zo belangrijk. (Anders zou er toch wel meer aandacht aan gegeven worden op de school waar je voor je leven in de maatschappij toegerust wordt?)
De hele wijze van leven en samenleven, in allerlei verbanden en op allerlei nivo’s die we zien (ontstaan) wanneer de Baal en de k.d.h. gediend worden, kunnen we noemen :het systeem van de koningin des hemels. Het is onderdeel van het rijk der duisternis.
De afgoderij die Jerobeam begon en die progressief toenam bij elke volgende koning van Israel, opende de deur voor een ergere afval dan het volk Israel ooit gekend had. Toen Achab daarop een verbondsrelatie aanging met een vrouw in en door wie de koningin des hemels gepersonifieerd werd, Izebel, leidde dat tot de aanbidding van Satan zelf, en voor de introductie van het systeem van de koningin des hemels. In haar woedde de furie van de demonische macht die haar bezat tegen degenen die wel nog de God van Israel dienden. Ze doodde de profeten, en verlamde door de angst die dat veroorzaakte de rest van Israel geestelijk zo dat er een diepe apathie over het volk kwam.
Het systeem van de koningin des hemels heeft een heel sterke invloed gekregen over ons land. De afgoden worden niet eens verhuld, maar onomwonden aanbeden. De neerbuigendheid in het spreken over God door degenen die de macht in handen hebben, heeft ook bij Christenen een gevoel van hopeloosheid in de hand gewerkt: “Je doet er toch niets tegen, het wordt alleen maar erger”. Waar christelijke politici ongebaseerd positief zijn en er “goede moed op hebben dat het tij keert” , maar niet onderkennen onder welke heerschappij ons land verkeert, houden ze zichzelf voor de gek. Het tij zal namelijk niet keren wanneer er niet iets heel ingrijpends gebeurt.
Voordat dat kon moest God een man toebereiden.
Elia kwam uitTisbe, in het Overjordaanse, het gebied dat bij de inname van Kanaan aan de stammen Ruben, Gad en de halve stam Manasse gegeven was. Het was onderdeel van het koninkrijk van Israel. We weten niet hoe Elia erbij kwam om naar Achab te gaan, maar de Bijbel vermeldt wel dat hij spreekt bij de HERE, de God van Israel, “in wiens dienst ik sta”. In het engels staat er “before Whom I stand”. Dat laat ons veronderstellen dat Hij weet dat hij een dienstknecht is van de God van Israel en dat de boodschap die hij brengt aan de koning niet uit zijn eigen boosheid of verdriet voortkomt. Het is een boodschap van Godswege, vanwege het grote kwaad dat over het land gekomen is.
Elia hoeft nu nog niet veel te zeggen of te doen, maar het uitspreken van dit woord vereist wel geloof dat God het woord dat Zijn profeten uitspreken ook in vervulling zal laten gaan.
Hierna moet hij zich verbergen, op Gods aanwijzingen. God weet waar we kunnen schuilen als de furie losbarst. Maar Elia moet in zekere zin toch ook zelf het oordeel van de droogte die over Israel komt, doormaken. Daardoor ook zal hij niet Israel kunnen vergeten. De beek Kerit zal hem water geven, symbool voor levend water; alleen dat kan ons in tijd van grote droogte in leven behouden. Dan zegt de HEER iets opmerkelijks: Ik heb de raven geboden u daar van spijze te voorzien”, En die vogels brengen hem in de morgen en in de avond brood en vlees. (Daar zal wel een symboliek inzitten, maar dat laat ik nu terzijde).
Hij verblijft daar aan de beek Kerit, en beseft vast en zeker elke dag (en in de nachten!) hoe erg het er met zijn volk voorstaat. Hoe ze niet meer de God van Israel liefhebben en dienen, maar zich buigen voor die afschuwelijke Baal, en wat dit in het volk aan gruwelijke zonden met zich meebrengt. Ik weet zeker dat hij tot God geroepen heeft, ja geschreeuwd, van verdriet en boosheid, en verontwaardiging over de vernieling van de grondslagen. Ook van verdriet om God die door het volk waarmee Hij een verbond gesloten had, dat Hij verzorgd en bevrijd heeft, zo verschrikkelijk verraden is.
Elia heeft ook de tijd om erover na te denken hoe wonderlijk het is dat de raven hem inderdaad van spijze voorzien. Komen het brood en het vlees van de tafel van Achab en Izebel? Hoe dan ook, het is zeer wonderlijk. Hebben de raven Gods stem verstaan, toen Hij hun gebood Elia te voeden? We lezen hier iets over Gods heerschappuij over Zijn schepping. Heeft na de zondeval iemand vogels kunnen gebieden iets te doen, wat ze daarna dagelijks deden? Ze brachten brood. Raven eten geen brood, als ze ook vlees kunnen eten. Maar ze brachten wel brood, dat is tegen hun natuur in, zou je zeggen. Ze brachten ook vlees, en ook dat was tegen hun natuur in. Ze aten het niet zelf op, maar brachten het bij die man bij de beek, elke dag weer. Ik weet zeker dat Elia er diep van doordrongen werd dat God regeert.
De beek droogt op. Tijd voor het volgende wonder. De HEER zegt dat hij naar Sarefat moet gaan, dat aan Sidon hoort. M.a.w. het ligt in een gebied dat ook onder de invloedssfeer van de k.d.h. valt. De HEER zegt dat Hij daar een weduwe geboden heeft om hem. Elia, te verzorgen. Hij gaat. God regeert, ook in Sidon. Als God zegt dat hij daar naar toe moet gaan, dan gaat Elia. Hij staat toch, nog steeds, in Gods dienst?
Heeft de weduwe Gods stem verstaan? Hoe heeft de HEER haar “geboden “ Elia te verzorgen? Als hij bij de stadspoort van Sarepta komt en een weduwe ziet hout sprokkelen spreekt hij haar aan. Ze zegt niet: O, daar bent u, ik verwachtte u al”. Ze doet echter wel wat hij haar vraagt, een beetje water halen. Maar bij het volgende verzoek moet hij haar eerst gerust stellen, voordat ze het doet. Toch doet ze het, ze bakt een koek voor hem, elke dag, nog een hele tijd. God had haar bevolen, hoe, dat weten we niet, maar er was een bereidheid in het hart van een heidense vrouw om deze man van God te verzorgen. Elia had opnieuw stof tot nadenken. Hij ziet ook dat het meel en de olie niet opraken, zoals hijzelf in geloof aan haar beloofd had. Dan: het zoontje van de weduwe wordt ziek, en overlijdt. Dit kan ze niet aan. Heeft ze niet voor deze man Gods gezorgd, waarom sterft dan haar kind? Ze verwijt Elia dat hij gemaakt heeft dat haar kind stierf. Elia weet dat dat niet zo is. Hij kan maar een ding doen: met deze wanhoop naar God gaan. Met het kind op zijn kamer moet hij overdacht hebben:
De God van Israel gebood de raven mij te voeden. En, tegen het natuurlijke in, ze deden het. De God van Israel gebood deze weduwe mij te verzorgen. En ze deed het. En kon het doen, omdat tegen de natuurlijke wetmatigheid in dat als je steeds olie en meel gebruikt, het na verloop van tijd, natuurlijk, opraakt, de olie en het meel nog steeds niet op waren.
De God van Israel, is Hij niet de God die hemel en aarde geschapen heeft, en die heerst over Zijn schepping? Heeft Hij niet de levensadem gegeven? Zou Hij ook niet, geheel tegen het natuurlijke in, een kind dat gestorven is, weer levend kunnen maken?
Elia strekt zich uit over het kind, en roept tot de HEER, ”HEER, mijn God! Laat toch de ziel van dit kind in hem terugkeren!”
En de HERE hoorde naar de stem van Elia, en de ziel van het kind keerde in hem terug!
(Zeker zou God niet door een afgodendienaar iemand terug hebben laten keren tot het leven; tot Abraham toe was het niet gebeurd, en ook in de geschiedenis van het volk Israel was het niet voorgekomen. Het was dus een immens groot wonder, en volkomen uniek!)
Elia had de ervaring met de raven die door God gestuurd werden nodig, hij had de ervaring nodig van olie en meel die niet opraakten, om in geloof te roepen tot God om het kind terug tot leven te brengen. Hij had de ervaring nodig dat de God van Israel zelfs iemand die gestorven is weer levend kan maken om de volgende opdracht uit te voeren:
Een konfrontatie met het volk van Israel dat door zonde en afgoderij en in zonde en afgoderij hun God uit hun hart gesloten had en dat hart geopend hart voor de wereldbeheerser der duisternis. En met, vervolgens, de konfrontatie met die wereldbeheerser zelf. Deze konfrontaties zouden zo zwaar zijn , zo intimiderend, dat Elia alleen met deze voorbereiding achter de rug, met een geloof dat zo vastgeklonken was in zijn God, die konfrontaties aan zou kunnen.
In het derde jaar gebiedt de HEER hem om naar Achab te gaan. Aan de reaktie van Obadja, de hofmaarschalk van de koning, merken we op hoe bang degenen zijn die de God van Israel nog vrezen. Obadja heeft in stilte voor 100 profeten gezorgd, dat wel, maar hij was zeer geintimideerd door wat Izebel en Achab deden. Psalm 11 zegt, vs. 2 en 3:” ...de goddelozen spannen de boog, zij leggen hun pijl op de pees , (dit is een aanduiding van geestelijke strijd). Wanneer de grondslagen zijn vernield, wat kan dan de rechtvaardige doen?” In een maatschappij als die van Israel onder Achab en Izebel waren de grondslagen vernield, ook een rechtvaardige als Obadja, in zo’n vooraanstaande positie, kon alleen iets in het geheim doen.
Achab legt de schuld van de deplorabele toestand van het land bij Elia. Dat komt ons bekend voor. Diverse overheidspersonen en figuren uit de mediawereld die systematisch de christelijke moraal hebben afgewezen onder het mom van vrijheid en tolerantie en daarmee de toename van geweld en immoraliteit in de hand hebben gewerkt, en nu de schuld van allerlei goddeloos gedrag aan “het calvinisme” wijten.
De boodschap van Elia tot Achab is echter heel duidelijk. “Ik heb Israel niet in het ongeluk gestort, maar gij en uws vaders huis, doordat gij de geboden des HEREN hebt verzaakt en de Baals zijt nagelopen”.
Deze boodschap bevat een algemene waarheid: Deze waarheid moet elke regering, elk volk, waar ook ter wereld, in welke tijd dan ook, zich aantrekken. Zeus, Hermes (Mercurius), Apollo, Baal, Astarte, Venus, Isis, “Maria”, Gaia, enz. stort een land, een volk in het ongeluk.
Elia heeft zoveel met de HEER meegemaakt, dat hij de autoriteit heeft om de koning te vertellen wat hem te doen staat: het volk verzamelen op de berg Karmel. En Achab moet ook de profeten van Baal en die van de Asjera, op de Karmel bijeenroepen, samen 850 man.
We moeten dat niet onderschatten: 850 mensen die in dienst van duistere machten staan. De intimidatie die daar van uit kan gaan, is enorm. Elia had de ervaring van de raven, het meel en de olie, en van de tergkeer in het leven van het zoontje van zijn gastvrouw, nodig om die intimidatie te weerstaan. Dat geldt ook voor ons. We kunnen een situatie van toverij, van intimidatie alleen maar weerstaan wanneer we God hebben leren kennen op een manier dat niets ons aan het twijfelen brengt.
Elia vraagt hen hoelang ze nog naar beide zijden mank zullen blijven gaan, en niet echt kiezen voor de HERE of voor Baal. Maar ze antwoordden hem niets. Dat is een volk dat onverschillig is, of apathisch. Wanneer hij hen voorstelt dat ze moeten kiezen voor de een of de ander, net naar gelang wie er met vuur zal antwoorden, vinden ze dat ook goed. Nog steeds is er geen besef van terug te moeten keren naar de God van Israel, die Zich zoveel en op zoveel manieren aan hen als hun God betoond heeft.
Is de overeenkomst met de geestelijke situatie van ons volk niet treffend? : Ja, dat is wel mogelijk, er zijn, lijkt het, veel meer goden. Hoe weet je nu wie je moet dienen? Dan kies je toch nergens voor? Man, maak je niet zo druk. Maar als het echt moet, ja, laten we maar kijken, wie weet overtuig je me wel.
We kennen de geschiedenis. De profeten van Baal, die echt in hem geloofden, doen hun uiterste, en uiteindelijk wanhopige best om te bewijzen dat zij de God (god) dienen die de echte is. Veel Satanisten en aanhangers van Lucifer denken echt dat hij de goede god is, en de God van de Bijbel degene die het kwaad brengt. (Wanneer we de HERE niet zoeken dan wordt ons denken verduisterd!). Elia, die geheel zeker van zijn zaak is, (wat wil je, met zulke ervaringen met God als hij gehad heeft!), moedigt ze aan. Dat was niet alleen cynisme, het volk had nodig dat ze konden zien dat Baal alle kansen kreeg, maar desalniettemin niets kon. De profeten van Baal en de Asjera (een pot nat) druipen van bloed, na een tijdje. Ook in trance bereiken ze hun god niet. Het jezelf snijden met messen en zwaarden is in diverse andere godsdiensten niet ongebruikelijk. Pas geleden stond er in de kranten nog een verslag van horden mannen in Pakistan die zichzelf, soms dodelijk, verwondden.
Er kwam geen antwoord en er was geen god die er acht op sloeg.
Dan is het tijd voor de God van Israel.
Herstellen van het altaar des HEREN, dat omvergehaald is.
Elia vraagt het volk dichterbij te komen. Ze moeten goed zien wat hij doet, zodat er duidelijkheid zal zijn, en ze niet later kunnen zeggen: we hebben het niet gezien, of: Elia heeft ermee gesjoemeld.
Het eerste wat Elia doet is het herstellen van het altaar des HEREN. Ik vraag me af of er op de Karmel eerder een altaar stond. Het betekent, vermoed ik, en dat kan het ook voor ons betekenen: we moeten terugkeren tot de dienst aan de God van Israel. Een altaar oprichten betekent dat je dat gebied claimt voor degene die je dient. Het moet duidelijk zijn aan WIE offers gebracht worden. Elia kan absoluut niet het altaar gebruiken dat voor Baal opgericht was, en waarop ook, nog steeds, een niet verbrande stier lag, om aan de God van Israel te offeren. Gods vuur komt ook niet op een vreemd altaar, dat wist Elia, en daar kunnen wij ook zeker van zijn. Een Baalstempel kan niet gebruikt worden om de God van Israel te dienen. Dat geldt geestelijk ook voor ons. Wanneer in onze huizen films gekeken worden of muziek gedraaid, die geinspireerd zijn door het rijk der duisternis dan hebben we vreemde altaren in ons huis. Ook films waarin geen openlijke seks voorkomt, maar er geleefd wordt alsof er geen God bestaat en alsof overspel en ontucht normaal zijn, ook al zie je het niet, maken ons huis tot een tempel voor een vreemde god. Niet alleen literatuur waarin het immorele bejubeld wordt of gewoon, normaal gevonden wordt, maar alle literatuur die “geinspireerd” is uit een verkeerde bron, alle kunst die uit die bron put, verandert onze huizen tot tempels voor vreemde goden.
In Israel was het altaar des HEREN omvergehaald. Dat kunnen we voor ons land ook wel zeggen. In het openbare leven, in de wetgeving, maar ook in veel kerken, zelfs in evangeliegemeenten, is dat altaar omvergehaald. Het vuur van de Heilige Geest komt niet in een kerk waarin ruimte is voor andere goden, hindoeistische, boedhistische of islamitische, waar yoga of oosterse meditatie beoefend wordt.
Dat altaar weer opbouwen, zoals Elia deed, is voor ons moeilijk. Maar ook Elia deed het alleen. In onze situatie kan het beginnen bij een individu die in groot verdriet om wat er gebeurd is, volhardend tot de HERE roept, en zijn huis reinigt, zijn leven op orde brengt, en reiniging vraagt door het bloed van Jezus. Een kleine gebedsgroep kan beginnen in die kring een altaar voor de HERE op te richten. John Mulinde heeft ons opgeroepen opnieuw gebedsaltaren op te richten. “In de naam des HEREN”. In Oeganda heeft dat geleid tot een doorbraak in het geestelijke leven en een terugkeer tot de HERE.
Toen het altaar herbouwd was maakte Elia het klaar voor de offeranden. Dat was geen oppervlakkige bereiding, hij putte zich uit om iets te maken waarop Gods glorie kon neerdalen. En dat gebeurde!
“Antwoord mij HERE, opdat dit volk wete dat Gij, HERE, God zijt, en dat Gij hun hart weer terugneigt”.
Het volk had toegekeken toen Elia met de voorbereidingen bezig was. Enkelen hadden geholpen, door (onder aan de berg) water te halen.
Er moest iets gebeuren om door de muren van onverschilligheid en apathie heen te komen. Een mens komt daar niet doorheen met geweld, noch door kracht. Ook een Elia niet. Alleen door de Geest kunnen die muren neerkomen. God zelf moet antwoorden. Elia roept de HERE aan, met het oog op het volk dat toeziet. Het is natuurlijk niet de eerste keer dat Elia om Gods ingrijpen vraagt. Hij heeft in die drie jaar die achter hem liggen vast en zeker vele keren geroepen, geschreeuwd. Wat hij wil zien is dat het hart van het volk weer terugneigt tot God, niet om het volk, maar omdat God recht heeft op hun hart. In zijn eigen leven was een altaar van gebed gebouwd. Wat hij nu vraagt is een soort “doorbraak-gebed”. En:
God antwoordt.
Het vuur van God schiet neer, en hoe! Elia hoeft het niet een tweede keer te vragen! Alles wordt verteerd, kompleter kan het niet.
Het volk is in enen door de onverschilligheid en door de apathie heen. Bij zo’n antwoord moet de mens zelf ook antwoorden. Ze werpen zich op hun aangezicht en zeggen: De HERE die is God!
Duidelijker kon het ook niet. Opeens hebben ze door dat de goden die ze gediend hebben, of waarvan ze de verering in hun land zich hebben laten aanleunen, geen goden zijn. Ze erkennen wie alleen God is.
Dan kan Elia ook korte metten maken met degenen die het volk al die jaren tot zonde hebben verleid. Die de immoraliteit hebben voorgeleefd en het volk hebben opgedrongen, die de bloedoffers brachten, die toverij uitoefenden, die de schuld over het land verergerden, en verderf teweeg brachten. “Doordat het land onrein is, brengt het verderf teweeg, ja een voortwoekerend verderf”, zegt Micha 2:10.
Ook in ons land brengt de onreinheid verderf teweeg, een voortwoekerend verderf. Mensen die abortus, euthanasie, ontucht, overspel, prostitutie, actieve homosexualiteit, fraude, verrijking, goedpraten brengen verderf teweeg. Eerst wordt zonde gebagatelliseerd, dan wordt het gepraktizeerd, dan goedgepraat, dan is er boosheid op hen die zonde nog steeds zonde noemen. Op die manier wordt verderf voortwoekerend verderf. Maar ook nog op een andere manier: de ouders van het meisje dat zwanger is en die haar “adviseren” “het” te laten aborteren ( ze durven meestal niet : kindje te zeggen), de vriend (ofwel: vader van het kind) die op abortus aandringt, de vriendin die “het ook zou laten doen”, de wetgevers die het mogelijk maakten, de artsen die het uitvoeren, het is een grote kring van mensen die door verderf aangetast zijn. Met de vele abortussen die gepleegd zijn is er een enorme bloedschuld over dit land gekomen, bovenop de bloedschuld die er nog ligt vanuit het verleden.
In Israel was het hele leven aangetast door het verderf van de Baalsdienst, en de dienst aan de koningin des hemels.
Elia weet dat je dat verderf uit moet roeien, krachtdadig. Izebel had de profeten van de HERE gedood, ook vast niet eigenhandig. Haar profeten hadden dat gedaan. Er kleefde immense bloedschuld aan de handen van de profeten die Achab en Izebel in dienst hadden.
Wij moeten op onze beurt niet zachtzinnig met hen omgaan die opzettelijk het altaar van de HERE God neergehaald hebben of nog neerhalen. Tolerantie t.o.v. het uitgesproken verderf brengt nieuw verderf teweeg. Dat betekent dat we in ons eigen leven eerst zelf radikaal kiezen voor de dienst aan de HERE, de God van Israel, tot wie wij in Christus mogen naderen als onze God, maar ook als onze Vader. We zullen radikaal uit ons huis verwijderen wat gekleurd is door de Baalsdienst, of de dienst aan de koningin des hemels.
Elia, en Achab, twee leiders. Mogen we de Elia’s volgen.
Voordat er nog maar iets van zichtbaar is weet Elia in geloof dat er regen zal komen, stortregen. God heeft Zich zo duidelijk God betoond, Hij heeft zo duidelijk geantwoord, dat Elia weet dat er verandering zal komen. Het altaar des HEREN is opnieuw opgericht. God is zo genadig. Als het volk nog maar een begin van bekering betoont is Hij bereid om met stromen van genade en zegen te komen.
Elia zegt tegen Achab dat hij mag eten en drinken, feestvieren. Achab doet dat. Je zou hopen dat hij zich terugtrekt om zich voor de HERE te verootmoedigen. Daar komt het niet van.
Elia klimt naar de hoogte van de Karmel, buigt zich ter aarde en legt zijn aangezicht tussen zijn knieen.. Na wat er is gebeurd kan hij niet gaan eten en drinken. Hij wil zijn God ontmoeten.
Jakobus zegt over Elia dat hij “slechts een mens was zoals wij en hij bad een gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang; en hij bad opnieuw, en de hemel gaf regen en de aarde deed haar vrucht uitspruiten”, Jakobus 5: 16a-18.
Jakobus vermeldt de geschiedenis van Elia om de gelovigen aan te moedigen om te bidden .“ Het gebed van de rechtvaardige vermag veel, omdat er kracht aan verleend wordt”. Is dat niet het antwoord op de vraag van de psalmist: Wanneer de grondslagen zijn vernield zijn, wat kan dan de rechtvaardige doen?”
Jakobus moedigt ons aan: ja, jullie kunnen veel! Je kunt bidden, en als je rechtvaardig bent, dan wordt er kracht aan jegebed verleend! En dan mag je groots bidden, in geloof. Je weet niet wat er dan allemaal kan gebeuren!
De vraag is wel: zijn wij mensen zoals Elia? Zijn we bereid te gaan als boodschapper voor de Heer en dan ons te verbergen? Leren wij van de voorzieningen die God in ons leven geeft, worden we rijk in geloof door wat we met Hem meemaken? Elia was niet in enen klaar om de konfrontaties aan te gaan, hij moest ervoor klaargemaakt worden, moest daarvoor door bedreiging, eenzaamheid, ook honger en dorst, door situaties waarin hij het moest uitroepen.
Is ons hartsverlangen te zien dat het altaar van de HEER weer opgericht wordt, dat de mensen om ons heen, in ons land weer zeggen: “De HERE alleen, die is God”?
Wanneer we ons voor Hem open stellen, niet letten op de prijs, zoals Elia, dan wil de Heer ook in ons land een keer geven, en stortregen geven.
"These are the days of Elijah;" moge het zo zijn.
[^ top]
|